Uitsnedes

Vanochtend maakte ik dit:

Eerst wat grof met ecoline (rood met een pietsje blauw en geel verdund tot roze en blauw met wat oost-indische inkt, verdund). Daarna met oost-indische inkt eroverheen en tot slot nogmaals de kwast opgepakt voor het donkere in de linkerbovenhoek. Oja, en wat krijt eroverheen.

Ik was er niet tevreden mee. Ik ben er niet tevreden mee. Ik vind het niet mooi, of af. Maar ik heb geen zin meer om verder te gaan of om opnieuw te beginnen.

Gelukkig, dat was ook niet het doel, iets moois maken. Ik wilde gewoon kijken wat er zou komen, en blijkbaar was dit het. Daarom keek ik nog eens goed. Speelde ik eens met wat uitsnedes maken:

In alles zit wel iets waar je tevreden mee kunt zijn.

We zijn hier niet om te tekenen, vriend! (7)

Een nieuw boek dus een nieuw vervolg op de meest op-mijn-maat-gemaakte en alle-kanten-opschietende tekencursus evah : We zijn hier niet om te tekenen, vriend!

Ik haalde namelijk Lekker tekenen van Siegfried Woldhek uit de bibliotheek. Ik had nog nooit van hem gehoord, en in twee seconden een boek van de plank gegrist – want je moet van tevoren opzoeken welk boek je bij de bibliotheek komt lenen en ik had dat niet gedaan en ben zo braaf dat ik dan maar doe alsof ik het van tevoren had opgezocht.
Bleek echt een toevalstreffer.

Lees verder

Een eend is een eend

Er was een tijd dat ik dacht dat alle eenden hetzelfde waren. Allemaal eend. En toen ging ik eens wat beter naar de eenden kijken en bleken er krakeenden te zijn (met een wit vlekje, ook wel spiegel genoemd, tussen hun veren),

en kuifeenden (waarvan de man een kuif heeft, maar eigenlijk is dat meer een matje),

en slobeenden (die echt grappig ‘lompe’ snavels hebben, waarmee ze heel geavanceerd hun voedsel filteren),

en er waren zaagbekken (met ‘tandjes’ aan de snavel)

en eidereenden (met hun driehoekige hoofd en – de mannetjes – rare brulgeluid)

en pijlstaarten (met hun sierlijke, slanke lijfjes en lange staarten)

en bergeenden (waarvan de mannetjes zo’n grote rode knobbel op hun snavel hebben zitten)

en natuurlijk ook wilde eenden, die als ze paren met andere soorten de bastaards van een soep – of parkeenden voortbrengen

en nouja. Het hield niet op. Brilduikers, nonnetjes, smientjes.

Het was allemaal eend. Het was allemaal anders. Het was allemaal zo prachtig op zijn eigen manier.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over die andere watervogels, zoals de futen, die momenteel met hun kleintjes op de rug ronddobberen.

Hun tekening doet me denken aan pyjamaatjes.

Beestjes in de buurt (2)

Een paar weken geleden had ik nog geen idee van pyjamaschildwantsen en was een icarusblauwtje eerder een naam uit een sprookjesboek, en nu kom ik ze ineens overal tegen. Maar misschien klopt er daar ook wel iets van: hoe meer ik leer over al dat niet-menselijke leven rondom, hoe meer ik zie in wat voor sprookje we eigenlijk leven.

Lees verder