Stubaital

Hoe het begon 

Na 8 uur en 50 minuten treinreizen (Leuven – Frankfurt Flughafen – Stuttgart – München – Innsbruck) kwam ik aan in Innsbruck. Eerlijk gezegd had ik het helemaal gehad. Ik had hoofdpijn, ik voelde me verdrietig, ik was wat misselijk. Wat eerst kwam en wat daarop volgde, ik weet het niet. 

Wat ik wel wist, was dat het weer over zou gaan. Het hoort er een beetje bij. Als ik alleen reis, heb ik meestal op het laatst geen zin meer, ben ik moe en heb ik gezelschap van de vraag ‘Waarom moest ik zo nodig op reis gaan? Waarom doe ik dit mezelf aan?’. 

Lees verder

Ik kan geen Duits maar ik spreek het wel

Ik ben in Oostenrijk. Nog heel even in de Alpen. Nog heel even frisse berglucht opsnuiven en langzaam wandelen en veel eten.

In Oostenrijk spreekt men Duits, en de Bergfreunde hier komen uit Duitsland en Duitsland en Duitsland, dus ik spreek ook Duits. Dingetje: ik heb niet echt kennis van het Duits. Als kind was ik heel neugierig naar de buurtaal, en heb ik weleens lijsten met woordjes gemaakt (Fahrrad en zulks), maar zodra het kon koos ik Frans. Door omstandigheden heb ik een stuk of vijf lessen Duits gehad. In 2018, toen we naar Tsjechië fietsten, heb ik uit noodzaak intensief Duits gebrabbeld. Das war es.

Om maar te zeggen: ik kom van nichts.

En dat merk ik behoorlijk. Ik ben opeens een stille persoon. Iemand die geen gevatte opmerking kan maken. Iemand die de grap niet heeft begrepen.

Maar aangezien ik nicht so viel Angst heb om in het wilde weg te wauwelen, ben ik soms degene die – onbewust – de grap maakt.

Zo zei ik ‘ich hab mich ein Duschke gepackt ‘, vrij vertaald naar het Vlaamse ‘ik heb me een douchke gepakt’, wat gewoon betekent dat ik had gedoucht. Wel zo fris. (er was alleen koud water in de hut)

De zin Ich bin Vegetariër und ich esse keinem Käse heb ik uit mijn hoofd geleerd. Daarna vroegen ze Bist du Veganer?, En ik zei Zu Hause, ja. Aber hier…

En toen bleef het stil.

Best lang. Mijn hoofd ratelde en pufte.

Muss man essen.

Verzuchtte ik uiteindelijk. Dat krijg je met een beperkte woordenschat. Een uitleg zonder uitleg. Maar gelukkig ook lekker eten. Zonder vlees of kaas.

Ik maak veel fouten die niet grappig zijn (ik blijf Uhr voor Stunde zeggen) en nog vaker zeg ik niets, spartel ik in mijn hoofd een beetje rond in mijn Duitse woordenpoel en heb ik keine Ahnung hoe ik iets moet vertalen.

En soms heb ik geluk. Op mijn eerste dag zei ik iets Frans op zijn Duits: ça m’est egal daar maakte ik van Das ist mir egal en dat bleek prima Duits te zijn. (Dat heb ik me laten vertellen in ieder geval)
Dat – zusammen met het feit dat Duits echt vele malen makkelijker is dan ik had gedacht – gaf me toch een soort overwinningsgevoel: wir schaffen das!

Katholiek

Vorige week had ik een gesprek met een vrouw van mijn leeftijd, Nederlands, protestants (en daar ook naar levend: bijbelstudie, naar de kerk gaan, God op één). 

Het duurde even voordat ik doorhad dat ze tegen mij sprak alsof ik Vlaamse was. (Dat was me nooit eerder overkomen) Tegen de tijd dat ik snapte dat ze me niet als Nederlandse zag, was het net iets te laat om dat te laten weten. Of nee, net iets te interessant. 

Lees verder

De Joodse wijk in Antwerpen

Een paar weken geleden gaf ik een vorming in Antwerpen. Heel eerlijk – ik weet dat dit gevoelig ligt bij mensen van ’t Stad – het was mijn eerste keer in Antwerpen. Strikt genomen ben ik al tientallen keren in Antwerpen geweest – als je van België naar Nederland reist en andersom kom je ofwel door Antwerpen ofwel Maastricht,- maar afgezien van de Carrefour Express naast station Antwerpen Berchem was ik nog niet buiten de perrons geweest.

Ik had een adres mee gekregen en stapte enigszins gehaast vanaf Antwerpen Berchem richting het Noordwesten. Er waren veel mooie oude straten, veel leuke koffiebarretjes en creatieve zaken. Ik nam me meteen voor nog eens terug te komen.

Eerst viel het me niet zo op, maar nadat ik de Belgiëlei over was gestoken, kon ik er niet meer omheen: er beenden mannen in pak gehaast door de straten, hun baarden wapperend, een stapel papier onder de arm, een hoge hoed op hun hoofd.
Een man duwde een dubbele kinderwagen, sprak een taal waarvan ik nu weet dat het Jiddisch is met zijn kinderen. Er viel een sjaaltje op straat. Ik raapte het op en hij zei Merci. Ik probeerde er op te letten en hoorde verder vooral Frans of – ik vermoed – Jiddisch om me heen.

Er waren amper vrouwen op straat, maar de vrouwen die ik zag, hadden degelijke jurken aan. Lang. Met dikke panty’s eronder. Een jasje erover. (Het was zo’n dag als we er veel hadden afgelopen zomer, stikheet, volle zon, ik had bij uitzondering als vorminggever zelf een korte broek aan dus de panty’s waren opvallend)

Lees verder

Het hangt in de lucht

Ik kreeg nieuw vel. Ik had gezwommen en daarna was mijn huid opeens met velletjes en schilfertjes bedekt, vooral op de armen, in mijn nek, de neus: de plekken die deze zomer zon hadden gezien. Ik wreef me met een handdoek droog en daardoor werd het nog erger, oud vel liet los, nieuw oud vel vormde zich.

September is weer begonnen en op veel manieren voelt het als een nieuwe start. Ons vierde jaar in Vlaanderen. De collega’s, de buren, de vrienden weer terug van vakantie, met zin om dingen aan te pakken, te starten. Heel wat anders dan pakweg eind juni, toen er reikhalzend werd uitgekeken naar een paar dagen vrij. Vooral. Even. Niets.

Lees verder