Nachtzwart

Vannacht ben ik mezelf tegengekomen
We botsten, sputterden, wankelden,
kukelden bijna over de rand, maar wisten
net op tijd onder dekens te kruipen

Ze zeggen tijd heelt alle wonden

Maar mijn klok tikt veel te hard en weet niet
dat er dagen voorbijgaan
Ik snap het zelf ook niet. Dat er dingen gebeuren,
dat ik ze zelf doe en dat er soms niets verandert

Buiten zijn er vogels, ranke knoppen
Nieuw groen in een nieuwe wereld
Maar zolang het nog nacht is, sluiten zelfs
de bloemen hun kleuren

Advertenties

Voorwoord

Mijn blog bleek verwaarloosbaar in de afgelopen tijd, maar ik vind het leuk om te delen waar ik de afgelopen tijd mee bezig was: mijn scriptie.

Het is nog niet af, maar het is al heel wat, en dat is fijn. Hier kun je het voorwoord lezen:

Preface-page-001

It hert mocht nea

ferlieze. Leedvermaak, de Engelsen hebben er niet eens een woord voor, want ze stellen niet graag samen. Ik plak het liefst allewoordenaanelkaartotdatjenietmeerweetwat waar is en wat verzonnen. Ik ben niet Engels. Ik ben vaak niet eens mezelf.

Ik wit net mear. De Britten lenen Schadefreude van onze buren. Misschien moest ik eens naar Berlijn gaan. Mezelf omtrekken met stoepkrijt en over me heen laten lopen.

Floris Hovers - Dutch designweek

Floris Hovers – Dutch designweek

De fik erin

We hadden een kaarsje aangestoken,
jij eigenlijk,
ik vergeet altijd dat dat kan en daarna waar de lucifers liggen

Stilzwijgend blaas je je dromen over de thee, een oranje gloed
in mijn ogen,
meten we de lengte van onze vleugels, wegen we waarden en
de zegening van de regen
die alle tranen wegspoelt

En ik was niet bang meer dat het donker zou worden
want jij weet hoe je vlammen vormt

Walter

Ik stuurde het in voor de Nijmeegse literatuurprijs en alhoewel daar niets uit kwam, ik ben behoorlijk tevreden!
Gelukkig is het weekend, het is nogal wat tekst. (:

—-

Walter
okt 2014

Ze kenden Walter nog uit hun studententijd. Ze hadden samen huize Waal bewoond, een koelkast gedeeld en radio geluisterd. Ze hadden hem ooit met bed en al naar buiten gedragen, werd hij ’s ochtends wakker in het Kronenburgerpark, lachen man.
Walter deed nooit mee met het zware drinken van de rest, het was al heel heftig als je hem met appelsap zag staan. Liever dronk hij thee, of water.
‘Ben jij nou een vent?’, vroeg Gerjan weleens. Dan haalde Walter nerveus zijn schouders op en probeerde niets stoms te zeggen.
En toch, hij was er altijd bij. Ze hadden weleens geprobeerd zonder Walter af te spreken, maar daar was niet veel aardigs aan. Wie moest er dan pilsjes betalen, struikelen, het pispaaltje zijn? Hij was dan niet helemaal gewenst, maar wel het zoontje van een kennis van een vriend van de huisbaas. Zoiets.
Meteen mocht hij de telefoon opnemen, afwassen en de afvalbakken legen. Omdat hij zijn taken zo serieus nam en zo voortreffelijk boterhammen smeerde – met oog voor detail en tomaat – bleef hij altijd de HuisJongste, ook toen Adri en Gerrit erbij kwamen.

  
Ondertussen was dat dik dertig jaar geleden en waren de jongens van toen de wereld van de stropdassen, wekkers en gebakken lucht ingerold. Ze kwamen niet vaak meer met z’n negenen bij elkaar, eerder in kleine groepjes.
Zo had je zij-die-fietsten; als het boven de 24 graden was kon je hen spotten in strakke pakjes om niet-al-te-strakke buiken. Zij zaten met een witbiertje op het terras niet ver van huis, om later nog aangeschoten de Waalbrug over te steken.
Daarnaast had je zij-die-echt-fietsten; veel te dure fietsen, bravoure, flink veel zweet en een ‘je leven begint pas bij veertig’-mentaliteit. Hun hele opgeklopte carrière fietsten ze eruit.
En dan had je nog de keujers die weleens een balletje tikten en een pilsje pakten. Of eigenlijk in omgekeerde volgorde.
Walter was er nooit meer bij, hij hield ook niet zo van fietsen of van spelletjes. Hij woonde praktisch gezien in zijn laboratorium. In de weekenden ging hij zo vaak mogelijk naar Schiermonnikoog – waar je met de auto niet komen kunt – om schelpen te zoeken en beestjes te vangen. Stiekem had hij biologie willen studeren, maar het was nou eenmaal scheikunde geworden en dat was eigenlijk ook wel prima.

   
Vier jaar geleden was Frans als eerste vijftig geworden. Hij gaf een feest en had de jongens van huize Waal uitgenodigd om ook te komen. De anderen volgden zijn voorbeeld en zo waren er ook al feesten geweest van Berend, Roland en Emiel.
De overige acht kwamen dan steevast bij elkaar met de intentie om iets geweldigs, of op zijn minst gedenkwaardigs, of gewoon iets leuks, te bedenken.

Deze voorbereidingen gingen zo:
Eerst werd er een borrel gedronken, om er een beetje in te komen. Daarna begon het opscheppen en het herinneringen ophalen. ‘Weet je nog? Toen we Adri z’n snor roze hadden geverfd?’ enzovoorts. Walter kwam meestal later binnenstommelen.
‘Heren van het goede leven, wat gaan we doen?’ , Gerjan nam daarna net als vroeger de leiding en het kladblok voor zich.
Gemompel, gezucht, hard gelach. Iemand bestelde nog een biertje en een ander liet een boer. Na een halfuur was het duidelijk dat er geen geweldig idee op tafel zou komen.
‘Een stripper’ opperde Freek dan.
Luid gejuich en gejoel van de anderen. Glimmende oogjes en tintelende vingers.
Mag-ni-fique!
Op dat moment zei Walter zijn meestal eerste woorden van de avond. Hij herinnerde het gezelschap aan de vrouw en de kinderen van de bijna-50-jarige, waarop iedereen instemmend knikte dat dit plan echt te gek was.
Daarna werd er vlug een ABC-tje in elkaar gezet. De A standaard van Anita, daar hadden ze allemaal weleens mee geslapen.

   
Nu was daar die uitnodiging van Walter. Er prijkte slechts een twintigtal namen op de genodigdenlijst; een paar collega’s, de jongens van huize Waal en zijn moeder. En het meisje van bakker Peters die altijd liedjes zong, hij had haar op de valreep gevraagd toen ze zijn halfje wit gesneden had met de Beatles.
Eigenlijk had hij helemaal geen zin in een feest, maar hij was een man van tradities. Bovendien was het een goede reden om eens een paar gebakjes te kopen bij Peters. Ze had hem toevertrouwd dat een beetje zoet geen kwaad kon.

Ook nu had de rest afgesproken, maar het was anders dan normaal. Freek had meteen de leiding genomen, een verkapte truc om zijn iPad te showen.
‘Dus, mannen, wat gaan we met onze Walter uithalen?’.
Er werd voorgesteld om chocolademelk uit de tap te laten komen, maar daar hadden ze alleen zichzelf mee. Gemompel, gezucht, hard gelach. Totdat Freek ook zijn eigen rol maar innam.
‘Een stripper!’ , riep hij luid.
Gejuich zoals altijd. Veelbelovende blikken.
Toen het gejoel verstomde bleef het heel even stil. ‘Geen bezwaren?’ vroeg Freek nog. Maar het fantaseren was al begonnen.
‘Dan mag Berend de stripper regelen. Doen we nog een ABC?’

   
Die beruchte avond hesen de acht mannen opgetogen hun oude lijven in kekke boxers en bijpassende overhemden.
Walter had zijn hemd scheef dichtgeknoopt, maar omdat hij er voor zijn doen zo chique uitzag maakte niemand er een flauwe grap over. Zijn moeder zei ontroerd ‘Jongen toch’, toen ze het opmerkte. Daarop kneep ze in zijn wang.
Zodra de gasten zo’n beetje binnen waren, bestegen de acht het podiumpje. Daar stonden ze, de moed uit de glazen had hun magen al bereikt. Walter stond wat zenuwachtig aan een statafel. Zijn keel droog van de stress.
Hij had eigenlijk nauwelijks tot geen ervaring met meisjes, het was dan ook niet zo vreemd dat de A niet van Anita was, maar van Ammoniak. Pas bij de L van Labjas gleed de spanning van hem af en hij durfde zelfs een tonic te bestellen.

Bij de tonic zat een schijfje citroen, en een stampertje. Walter draaide het staafje in zijn hand om en om. ‘Weet jij hoe je deze noemt, mama?’
Zijn moeder verstond het niet. Ze klapte, intens verrukt dat die mooie mannen voor haar Walter een ABC-tje hadden gemaakt. En hoe toepasselijk, het hele periodiek stelsel zat erin!
Walter had de citroen toen maar in zijn tonic gegooid en gestampt met zijn, tja, hoe je dat ook noemt.
Het meisje van de bakker was er nog steeds niet, waar bleef ze nou?

   
Emiel, Roland en Gerjan kwamen na hun ABC al lachend het podium af. Freek gaf Walter een hengst op z’n schouders, die laatste kromp een beetje ineen bij zoveel geweld.
‘Wacht maar jongen, straks gaat het gebeuren.’
Er werden gesprekken opgestart, flauwe moppen verteld en er werd – deels uit beleefdheid – gelachen.
Tegen tienen vertrokken de eerste gasten. Het flink aangeschoten achttal bleef. Om elf uur precies liep Berend de zaal uit om een seintje te geven. Het licht ging uit, een spot aan en begeleid door een flinke beat knalde Isabelle, de stripster, de zaal in.
Walter verslikte zich in zijn tonic. Zijn gezicht werd rood en wit en toch weer rood. Hij viel van zijn stoel. Nog even schokten zijn benen en verstarde zijn blik, toen was het gedaan.
Ondertussen vergaapten de anderen zich aan de welgevormde rondingen op het podium. De show was nog pikanter dan de website had laten vermoeden. Berend had eigenlijk zomaar wat aangeklikt.

Nietsvermoedend reed er een meisje luidkeels zingend in haar kadetje door de nacht. Op haar achterbank een Abraham voor de jarige.