Ik ga hiken en ik neem mee

  1. Warme kleren (fleece vest, thermoshirt, hardloopbroek, drie shirts, afritsbroek, jas)
  2. Regenponcho
  3. Drie buffs (over je hoofd heen trekken snachts tegen warmteverlies) 
  4. Zes paar sokken
  5. Ondergoed
  6. Handdoekje
  7. Sandalen
  8. Wandelschoenen
  9. Handschoenen
  10. Twee dry bags 
  11. Lakenzak
  12. Toilet spullen
  13. Toiletpapier
  14. Babydoekjes (ipv douchen)
  15. Zonnebrandcrème
  16. Anti insectspul
  17. Elektrolyten
  18. EHBO setje met tekentang en labello met UV bescherming
  19. Eten
  20. Water in camelbak 2l en 1l fles
  21. Fotocamera
  22. Paspoort
  23. Schrift en pen
  24. Slaapzak 
  25. Matje
  26. Hoofdlampje end reservebatterijen

Reflectie

Ik snap er niets van hoe tijd werkt. Sommige dagen, uren, of zelfs minuten — planken — lijken eindeloos, anderzijds was ik de afgelopen weken steeds heel verbaasd: ‘is het nu alwéér weekend?!’. Dat krijt je met een leuk leven. Dit jaar ging zó ontzettend snel. Ineens was het kerstvakantie. Tijd om even terug te kijken dus.

Triathlon
Het hoogtepunt van dit jaar is niet Taiwan, alhoewel die een goede tweede plek inneemt. Het is de sport waar ik het allermeest van heb genoten.
Toen ik in maart mijn enkel goed hard verzwikte, had ik niet kunnen weten hoe goed dat voor me was: omdat mijn enkel na tig weken nog steeds pijn deed schreef ik me niet in voor de competitie en speelde ik een aantal maanden geen badminton. De enige sport die ik enigszins pijnvrij kon doen de eerste weken was zwemmen.
Ik liep hard. Maar vooral veel. Maar dan weer niet minder dan in Nederland.
10653486_877764405581002_1959768890113708123_n1

Nuja, feit is dat ik bij aankomst in Nederland een racefiets kocht en mezelf dwong om bij de triathlonvereniging te gaan kijken. Ik wist eigenlijk wel dat dat me ligt, want ik vind zwemmen, fietsen en hardlopen allen heel erg leuk, maar ik vond het supereng. Ik dacht dat ik niet fit genoeg was voor Trion. Of dat ik niet goed genoeg kon zwemmen.
Beide onzingedachten: fit wordt je vanzelf en zwemmen kun je leren. 

Dat is ook precies wat ik doe: veel leren. Vooral het zwemmen gaat supersnel vooruit, waar ik vorig jaar buiten adem was na 25 m borstcrawl, zwom ik afgelopen dinsdag 2500 m.
Ik was ook enigszins huiverig voor de hardlooptraining. ‘Wat nou als ik niet hard genoeg ren?‘ ‘Straks gaan allemaal mensen zien hóe ik hardloop en blijkt het helemaal verkeerd te zijn…‘ ‘Hardlopen vind ik fijner om alleen te doen‘. Ik lach erom als ik eraan denk. Hardlopen in een groep is geweldig leuk en het is juist fijn als de trainer en anderen je helpen.

Goed voor jezelf zorgen
Ik las op gegeven moment dit:

Take mealtimes seriously. If you can find the time to train and compete, you can also find the time to fuel right.

En das een waarheid als een koe.
Het is één van de meest waardevolle dingen die ik in Taiwan geleerd heb: ik moet ten alle tijden goed voor mezelf zorgen.
Mijn mama schreef dat al jaren geleden in mijn poëzie-album, maar ik leerde daar wat het inhoudt, omdat er echt niemand anders was die dat voor me deed. Of het nu gaat om eten, slapen, plannen maken/afzeggen of vriendschappen aanhouden/afstoten.

Schrijven
Dat dit zo’n impact zou hebben had ik niet verwacht. Ik vond het machtig om in Taiwan om de dag te bloggen. Ik vond het leuk om reacties te lezen, ik durfde ineens van alles naar buiten te laten.
Ik merk dat ik daar nu meer moeite mee heb. Iedereen die het leest is te dichtbij. Waarom zou ik schrijven als ik hetzelfde meemaak als iedereen? Waarom zouden anderen het lezen?
Ik ga toch wel door, maar de vraag is of het voor mezelf blijft en de tijd zal het leren.

Cultuurshock

Ik kan ondertussen weer een beetje Nederlands denken en praten, er zijn weer wat spullen in mijn kastjes en mijn kleren zijn gewassen (nog niet opgevouwen, alles op z’n tijd ;) ), maar ik kan er niet omheen: de cultuurshock.

Culture shock is the personal disorientation a person may feel when experiencing an unfamiliar way of life due to immigration or a visit to a new country, a move between social environments, or simply travel to another type of life.
Bron: wikipedia

Het is precies wat ik momenteel ervaar en ik word er een beetje bedroefd van.

Ten eerste: ik geniet met volle teugen.
Vooral van alle mensen die ik zo geweldig vind, knuffels krijgen/geven (geen Taiwanese gewoonte, dat heb ik gemist zeg), van de bossen, bloemen, vogels, de weilanden met koeien en de frisse lucht. Het voelt zo vreselijk fijn.
En toch, ik ben ineens de buitenlander. Ik kijk met andere ogen naar de wereld die nog zoveel hetzelfde is als eerst.

Ik moet er weer aan wennen om mijn wc-papier in de wc te gooien, om water te drinken uit de kraan, dat de winkels heel vroeg dichtgaan en dat ik misschien een vest aanmoet. Of wat dacht je van een goeie jetlag?
Toen ik in Taiwan aankwam had ik ook wel een cultuurshock, alles was immers anders, maar deze is moeilijker. Want ook al voelt het anders, ik ben niet de buitenstaander, ik behoor tot de groep waar ik anders naar kijk.
Het voelt als kritiek op mezelf en regelmatig schaam ik me.

Waarom dan?
Mensen kruipen voor in de rij bij het boodschappen doen.
Ik las net een hele discussie op een online forum, waarin iemand heel ijverig van alle supermarkten de regels en richtlijnen had doorgenomen en Nergens stond dat je niet mocht voorkruipen, Dus het mocht.
Dat vind ik sneu en meer wil ik er misschien niet over zeggen.

Zo ook: door rood rijden.
Kijk, ik blijf gewoon wachten ook als het groen is, omdat ik gewend ben dat de stoplichten aan de overkant van de weg staan en niet achter me, maar dat hoeft nou ook weer niet. ;)

‘Mot je er langes of wat sta je daar’.
‘Nou, eigenlijk wacht ik gewoon even tot u uw winkelwagentje een beetje opzij hebt geschoven, zodat ik er langs kan.’

Het zijn maar een paar voorbeelden. Het voelt veel haastiger in Nederland, veel meer ieder voor zich en ik zie zoveel mensen moeilijk kijken. Ik moet ineens betalen als ik even naar de wc wil in een cafetaria, voor wat hoort wat. Het leven flitst en ik mis een bepaald gevoel. Het is het gevoel dat het leven in Taiwan zo makkelijk maakte. Een soort voel-goed-gevoel.
Soms denk ik: wát asociaal. En gelukkig hoorde ik dat vanavond ook achter me zeggen, toen ik zag dat den hangende Mensch een puinzooi achter had gelaten in het park: blikjes, half opgegeten ijsjes, peuken en versnipperde flyers.

Het principe van geven 
Hier schreef ik eigenlijk al een stuk over, dat niet online kon, omdat in Beijing wordpress (en eigenlijk alle websites) geblokkeerd zijn. De moraal van het verhaal: in Taiwan heeft geven een andere betekenis dan in Nederland.

Als iemand je hier iets geeft, dan ga je bedenken hoeveel het waard zou zijn, en wil je iets teruggeven van gelijke waarde. Bovendien: men geeft vaak omdat men er zelf beter van wil worden, je verwacht iets terug.
Wanneer je iets geeft hoor je vaak: ‘dat hoeft echt niet hoor’.

Ik ervoer in Taiwan dat mensen belangeloos weggeven. Ze verwachten niets terug.
Na enige discussies kwam ik tot de theorie dat de mensen meer geloven in een grote kringloop: als we allemaal geven, ben je vanzelf ook eens de persoon die ontvangt.
Zo niet, dan niet. Dat was niet het doel van het geven, je doet het voor de ander.
Wanneer je iets wordt aangeboden zeg je: ‘bedankt’ en neem je het aan.
Er wordt veel weggegeven en ik heb het vaak mogen ervaren:

Delen is vermenigvuldigen. 

Ik wil niet per se ‘onze’ manier afkeuren, maar ik wil wel de Taiwanese manier een beetje invoeren. In ieder geval voor mezelf merk ik hoe fijn het is om anderen blij te maken. Ik bén er makkelijker in geworden om weg te geven, maar je mag ook best dankbaar zijn voor iets wat je krijgt en het aannemen zonder je schuldig te voelen. Je hoeft niet altijd iets terug te geven.
Ik heb het trouwens zowel over materiële giften als fruit, boeken, zalf, wat dan ook, als immateriële dingen zoals hulp, een luisterend oor, een schouder.
Juist als je weggeeft zonder bijbedoelingen en open staat om te ontvangen, krijg je veel meer, fijn gevoel vooral. Dat merkte ik in Taiwan en dat hoop ik hier ook te zien.
In dit kader heb ik nog iets gemerkt. Ook aan jezelf mag je soms best iets geven, al is het maar een warme douche of een wandeling.
   

En toen dacht ik net: waarom zou ik niet ook het voel-goed-gevoel hierheen kunnen halen?
Ik hoef niet sip te worden van de mensen hier die anders zijn, maar evengoed bewonderenswaardig. Gelukkig zijn we niet allemaal Taiwanezen, maar hebben we onze eigen stijl.
Wat ik wel wil proberen is om de dingen die ik heb geleerd, waar ik me prettig bij voelde, een beetje mee te nemen. Het combineren van het goede van twee werelden.
Dus daar ben ik nu druk mee: mensen goedemorgen wensen, glimlachen schenken, zingend door de (extreem vroege: dankjewel jetlag ) ochtendzon wandelen en vooral heel veel mensen weer zien en dankbaar zijn.