Geen zin

Woensdagavond

Op het moment van schrijven heb ik even geen motivatie. Niet om te gaan zwemmen (terwijl ik weet dat ik eigenlijk wel wil gaan, of spijt krijg als ik niet ga), niet om te stoppen met eten (ik heb mijn avondeten al op, ik heb vandaag al genoeg gehad, ik heb niet eens honger), niet om iets te schrijven (terwijl ik daar eigenlijk heel erg naar uitkeek), niet om iets anders aan te pakken.

Ik heb gewoon even ‘geen zin’.

Helemaal geen greintje.*

Dat gebeurt wel vaker. Niet heel vaak, maar toch geregeld. En dat is soms prima, want ik weet al dat die staat niet 24 uur kan duren, bijvoorbeeld omdat ik ook moe ga worden, of omdat ik ga werken. Afgeleid word.

Soms doe ik er dus niets aan, verveel mij, eet te veel, doe maar wat tot ik wat doe, maar nu wil ik ervoor zorgen dat ik

  1. ga zwemmen
  2. stop met eten én
  3. weer goede zin heb

Lees verder

Advertenties

Recept voor een ochtendje modderen

Stel je wilt een lange duurloop doen, je hebt een paar opties op een rijtje gezet en je komt tot de conclusie dat er in de buurt even niemand is om met je mee te rennen of fietsen, het supermooi winterwandelweer gaat zijn en je graag een parcours wilt waarbij je niet eindeloos kunt verdwalen en waarbij het zelfs fijn zou zijn als je tussendoor kunt uitstappen. (want: je bent maar alleen, er kan altijd iets gebeuren, er zijn geen mensen met een auto in de buurt die je kunt opbellen om je te komen halen.)

Nou, in dat geval heb ik een mooi plan voor je klaarliggen. Getest en al, niets meer aan doen. ;)

Men neme:

  • een uitgeslapen en weldoorvoed meisje, ondergedompeld in vaseline
  • een kraakheldere vriesochtend (-2 op de thermometer aan de schuur)
  • een zondag zonder plannen
  • een mooi rondje van 6 km onverharde wegen
  • een voorraadpost in de vorm van een fietstas (met: bananen, water, chocomelk, gebakken boterhammen, drinkyoghurt)

(hier een foto van m’n geavanceerde en geordende voorraadsysteem + noppenmonsters)

Lees verder

Een ode aan het Nederlandsch

In het buitenland staan Nederlanders bekend als talige mensen. Als mensen die het Engels op hoog niveau beheersen en ook nog wat woordjes Duits/Frans/Spaans brabbelen.
Nu voel ik me zelf nooit zo prettig bij Engels, niet zoals bij Spaans bijvoorbeeld, maar ik heb wel gemerkt dat mijn Engels prima is. De Nederlanders om mij heen: ze spreken Engels. Allemaal.

Dus, een oprecht compliment, Nederlanders, chapeau! ;)

Dit heeft echter wel een keerzijde en die vind ik om te huilen. (ik weet natuurlijk niet of het één gevolg is van het ander, maar ik vind onderstaande punten sowieso om te huilen)

  1. Nederlanders kunnen niet meer in het Nederlands spellen
  2. Er dringt steeds meer Engels door in onze taal

Ik stond bijna op het punt om groot actie te gaan voeren, maar volgens mij heeft de wereld grotere problemen dan onze uitstervende taal, dus ik houd het bij dit blog.

Lees verder

2018

20171125203534.JPG

Een nieuw jaar ligt te wachten, strekt zich
uit als een langgerekt strand. Ik vraag me af
welke schelpen ik zal vinden, of ik natte 
voeten krijg (altijd) en waar de wind 
vandaan zal komen.

Donderdagavond

Het is donderdagavond en ik zit met een kop zoethoutthee op mijn knieën op de grond. Ik las net een boek uit en nu kijk ik een beetje verdwaasd voor me uit. Ik mijmer nog een beetje na. Het is nog geen bedtijd en hoewel ik op veel momenten vind dat ik vreselijk veel tijd te kort kom voor alles wat ik nog wil doen/lezen/luisteren/…, kan ik even niets verzinnen.

Hoef ik ook niets te verzinnen.

Want het is best oké om even niets te doen.

Waar ik het me vroeger weleens voornam, gebeurt het nu gewoon. Zitten. Half in een yoga pose blijven hangen en dan even niets.

Lees verder

Stadsmeisje

Ergens in mei van dit jaar kwam ik aan in Villa de Leyva, een prachtig dorp vier uur rijden van Bogotá, de hoofdstad van Colombia. De eerste week woonde ik bij een familie (moeder (47), dochter (24), zoontje (3), tante (50), Spaans gastmeisje), daarna besloot ik nog langer te blijven, maar dan in een hostel. Uiteindelijk ben ik zelfs vanuit hier teruggekeerd naar Nederland.

Ik voelde me best wel thuis in Villa de Leyva. Eerst in het gezin, waar ik bizar veel vrijheid kreeg, maar ook mee mocht leven (spelen met de kleine, koken etc). (Niet veel vrijheid op het aanrecht trouwens ;)) Ook in het dorp voelde ik me thuis, waar de mensen me al snel begonnen te herkennen.
Er was één vrouw, Maria, eigenaresse van een eigen winkeltje, met wie ik een paar keer per week koffie dronk, terwijl ik bewonderde hoe zij leer beschilderde tot geweldige kunstwerkjes. Kleine stukjes huid waarin ze vlinders en mensen tot leven wekte met penselen met één of twee haren. Zo mooi!

Hier een impressie van Villa de Leyva (en het aanrecht bij het gastgezin)

Tegen Maria hoorde ik mezelf zeggen dat ik ook graag eens in een dorp zou wonen. Dat ik het zo prettig overzichtelijk vond dat ik op één dag overal kon zijn geweest, dat het zo fijn is dat je met twee of drie straten zo de stad uitloopt, de natuur in. Dat het zo tof is als mensen je herkennen in de supermarkt.

Lees verder