Kleine dingen van nu

Ineens horen we de trein. Hij passeert nog volgens dezelfde dienstregeling als altijd, maar we wisten niet dat hij zo dichtbij was. We wisten niet dat we zo ver konden horen. We wisten niet hoeveel lawaai de autosnelweg en de luchtvaart

en de buurjongen die schreeuwt tijdens een computerspel.

We wisten ook niet hoe hard het gezang van de vogels en met hoeveel, ik zag al een drietal glanskoppen, ze zaten in de boom, het perspectief kantelde, ik vroeg me af of ze merkten dat er dingen veranderd waren, dat wij veranderd zijn, dat ze niet meer zo hard hoeven te fluiten om de ander te bereiken, of ze nu een groter terrein afbakenen met hun gezang.

We zagen een fitis, de vriend zei per ongeluk tyfus en had zijn eigen grap niet door.
Daarna wel. We lachten en maakten hem nog eens. En weer lachten we. De tyfus zat nog steeds op zijn tak.

 

Onze buren blijken te vloggen. Ze staan drukgebarend in de tuin waar wij met gepaste jaloezie op uitkijken. Ze verstoppen zich achter planten, lachen, leggen iets uit, als het moet nog eens, en nog eens, net zo lang tot het goed genoeg is.

Iedere avond om 20u is het tijd om de buren te leren kennen. Ons integratietraject krijgt een boost door te klappen, we knikken elkaar toe, spreken elkaar kort, wisselen namen uit, hoeven ook niet na te denken over hoeveel zoenen en elke avond voelt als Oud en Nieuw. Maar dan optioneel.

Ik wil elke dag wel een nieuw jaar beginnen. Zelfs nu. Juist nu.

Iemand zei ‘Het zijn rare tijden als jij me filmtips gaat geven’, en dat zijn het. The biggest little farm en Tomorrow, allebei prachtig, allebei vol hoop, op de droomlijst staan nu een voedselbos, een lokale munteenheid, een varken dat schattige biggetjes werpt en een
groot stuk land voor onze eigen fruitmand, waar we dan verschillende plagen overwinnen en iets moois laten bloeien.

(Ik zal hier nog eens reclame maken: Wellicht ook iets voor jouw droomlijst, The biggest little farm en Tomorrow.)

Ik bak een chocoladecake, op zondagavond, om 22.00. Als tegenwicht tegen de lege koelkast en lege voorraadkast, zodat we het nog even uithouden. Ik spatel de ingrediënten door elkaar en klop amper, daardoor wordt het een brownie.

Hij is niet luchtig, maar hij brokkelt wel.

De lege planken in onze kasten poetsen wel lekker. Ik had geen zin om te doen wat iedereen doet, maar ik doe het wel de hele tijd, dus ik geef het verzet op en begin op te ruimen. Ik vermoed dat velen er nu achter komen dat ze meer hebben dan ze dachten en ik kom erachter dat ook wij meer hebben dan we dachten, er is nog een zak ongekraakte walnoten, er zijn wederom te veel spullen, ik vul een grote doos met boeken, tijdschriften, kleding, een spel, wat keukenspullen, schrijf er Gratis bij en zet het aan de straat.

Later op de dag komen we de doos een paar straten verderop tegen. (?) Bijna leeg, dat wel.

Ik vind zelf ook een prachtig boek van Alain Gree bij het oud papier. Over natuur. Verrukt ben ik erover, verrukt.

Natuurlijk bellen we ook. Ondertussen al wat minder. Met vrienden, familie, mensen die je al lang niet hebt gesproken, maar graag van hoort hoe het is. Het valt me op hoe prettig het is. Hoe graag we willen weten hoe het met de ander gaat. En zo nu en dan overvalt het me. Het missen. Het opgesloten gevoel. Het niet terug of weg kunnen.

Meer nog dan de mensen mis ik de bergen. De bossen. De stilte. Die kun je niet opbellen. Daar kan ik niet heen. Dit buitenmens woont op twee-hoog en ons eigen buiten is een terrasje waar we uitkijken hoe de ene buurman zijn gazon dag na dag maait (sorry vogels, sorry insecten), de anderen hun moestuin grondig aanleggen. Ik ben blij met het uitzicht, blij met de bomen die hun vuurwerk in slow-motion afsteken, elkaar aansporen en zo elke dag weer spectaculaire sprongen maken.

’s Avonds tijdens de zoveelste Oud en Nieuw van het jaar wordt er afgesproken dat ik ook mijn handen eens in de grond zal stoppen.

Opeens lukt het me om dagelijks te wandelen. Het zal het weer zijn. Het zal het ritme zijn. Het zal het feit zijn dat ik zo zo zo dankbaar ben dat we nog naar buiten mogen dat ik er elke dag gebruik van wil maken. Enigszins verrast ben ik. Want ik wist toch al dat wandelen fijn was? Maar ik wist niet dat dat zoveel goed zou doen.

Ik nam het verbeuzelen nogal serieus en gunde mezelf een bos. Ik gunde mezelf de bomen. Ik gunde mezelf het even stilstaan. Ik gunde mezelf het kijken naar twee grote bonte spechten. Het kijken naar een dikke aardhommelkoningin op de eerste gele dovenetel die ik zag. En opeens pats, werd ik overrompeld en gunde ik mezelf tranen.

Ze overvallen me, maar niet heftig of wervelend. Deze zijn rustig.

Ik stap verder en laat ze maar gaan.

Ik ben verdrietig. Verdrietig omdat ik merk hoe lang ik me eigenlijk ‘eenzaam’ heb gevoeld. Al vind ik dat een te groot woord. Ik was niet eenzaam. Maar wel soms. Een klein stukje van mij, dat er niet bijhoorde, dat dacht dat iedereen al andere vrienden had om mee af te spreken. Een stukje ook dat hier de aansluiting miste, de gezamenlijke geschiedenis, al was het maar dat je vroeger dezelfde funnies uit de hagelslag viste. Ik miste het herinneringen plukken ‘Weet je nog, hier …’ of ‘Kijk, daar gingen we altijd… ‘.

Het waren vredige tranen omdat ik huilde van geluk.

Dat stukje is weg.

We zitten allemaal thuis. We missen allemaal wel een ander. We hoeven ons niet bezig te houden met de vraag of bellen nu genoeg is, want natuurlijk is het niet genoeg, maar het is nu even niet anders.

En dat contact wat ik zo miste komt nu soms ineens mijn leven binnenrollen. De buren. De mensen met wie je zomaar een praatje hebt als je een half uur in de rij staat bij de supermarkt. En, deze week vooral, de geweldige vrouwen die deze week 7 u ’s ochtends op mijn scherm verschenen bij de ochtendclub.

Het zijn kleine grote dingen, ik wil ze niet vergeten.

18 gedachten over “Kleine dingen van nu

  1. Tranen van geluk….
    Wat wil je nog meer?!
    Ze zijn je van harte gegund lieve Loes.
    Heel erg mooie tekst.
    Ik hoop dat de wereld veel goede dingen van deze ‘quarantaine’ periode in de toekomst vasthoudt.

      • Ja eigenlijk wel. Dankzij de film kijk ik anders naar ‘mijn’ naaktslakken. Ze horen er bij en ik wacht op egels, vogels, padden om te helpen. Al ga ik af en toe ‘s avonds zelf ook op pad met een schaar om hen te helpen. Ik overweeg nu ook om terug loopeendjes in de tuin te zetten. Als we weer uit ons kot mogen…

      • Ja loopeenden! Grappig dat je dat stukje noemt. Ik zat hier al een paar keer te noemen ‘zet die eenden erbij, die heb je toch’, zo mooi hoe alles zin heeft.

  2. Er zit er niets anders op dan door de zure appel bijten. En die appel wordt iedere week wat zuurder, vermoed ik. Ik kijk zo uit naar later, wanneer deze periode achter de rug is

  3. Misschien hadden we allemaal (of toch de meesten van ons) eens zo’n periode nodig om het kaf van het koren, de luxe van het essentiële te scheiden en alles eens in een ander perspectief te zien.
    Mooie tekst!

  4. Oh Loes wat een mooie tekst. Heel veel herkenbaar, maar bovenal dit:
    we wisten niet dat de trein zo dichtbij was, pas nu al dat lawaai is weggevallen horen we hem (vandaag nog gedacht)
    dat ik dacht dat iedereen al andere vrienden had om mee af te spreken (ook mensen die hier al hun hele leven wonen kunnen dat gevoel hebben dus :))

    Bedankt voor je mooie en persoonlijke tekst.

    • :) Fijn om iets van je te horen! En dank voor je reactie. Het verschil in Brussel moet nog veel groter zijn, dat lijkt me ergens ook heel gaaf/surrealistisch/spannend om te zien.

  5. Hoi Loes, wat een mooie, prachtige tekst!! Zo fijn. Ik vond je toevallig via de pingback van de prinses haar blog :-) maakt me blij. Heel veel liefs, Eef

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s