Olijven moet je leren lezen

Deze mens is maar tegenstrijdig: ik wil graag vroeg dingen doen, maar ik treuzelf. De deur uit is een drempel over. Ik vind foutloos schrijven belangrijk, maar ik zie ertegen op (of ertegenop?) steeds op te zoeken of het ervan uitgaan is of er vanuit gaan.
Juist omdat ik niet meer weet waar ik over wil schrijven, schrijf ik maar niets.

Onee, dat laatste is niet waar.

   

Om twee redenen:

1. Ik weet wel waar ik over zou willen schrijven, maar ik weet nog niet of ik erover zou willen schrijven.
     i
Met toelichting:
Ik weet wel waar ik over zou willen schrijven, (lees: ik heb veel dingen in mijn hoofd), maar ik weet nog niet of ik erover zou willen schrijven (want: dan lezen mensen dat)
        i
2. Ik schrijf ook niet niets. Bijvoorbeeld de afgelopen maand een heel schrift vol, A5, 80 pagina’s, ik schrijf klein, maar dus niet hier.
   
   
[Nu heb ik al twee koppen thee nagedacht welke richting ik op ga]
    
Soms moet je nadenken. Maar soms moet je ook gewoon doen. En je moet vooral niet te vroeg beginnen met dingen aanpassen. Dat geldt voor wel meer dingen, maar dit begint bij een boek.
    
Eigenlijk begon het al voor dit boek: ik vind lezen namelijk heel erg leuk. Ik vind schrijven misschien zelfs nog een beetje leuker en het liefst schrijf ik dan iets wat niet helemaal volledig is, waar geen duidelijke zinsstructuur inzit en wat de lezer zelf nog een beetje mag invullen.
Dat zou je gezwets kunnen noemen, of een verzameling woorden, of literaire puzzels, of gedichten.
   
Maar ook daarin ben ik tegenstrijdig.
   
Want hoe leuk ik het vind als mensen me laten weten waar ze over nadenken als ze het lezen, zelf ben ik dus bang om iets over gedichten te zeggen.
Want, stel je zegt iets over een gedicht. En stel dan dat iemand zegt: nee, dat heb je helemaal verkeerd uitgelegd.    
Of: dat heb je niet begrepen. (zoals op mijn mondeling literatuur in de vijfde, een aantal eeuwen geleden)
   
Dat wil ik niet.
   
Ik lees dus weinig gedichten. Ook omdat ik dan denk: ik ben hier toch niet voor opgeleid en ik weet er veel te weinig van om er iets zinnigs over te zeggen.
   
Ik dacht zelfs weleens: Wie leest er nou gedichten? Dat moet je niet willen>
   
Maar toch kriebelde het. Ik vond het jammer dat ik het niet deed. Alsof je wel een rondje loopt in de woonwijk, maar niet in het bos durft. Laat staan de bergen op.
   
Dus heb ik mezelf op een cursus Gedichten Lezen geslingerd en na drie weken kan ik jullie vertellen:
   
HET IS KEILEUK!
   
IK WORD ER HEEL BLIJ VAN!
   
Die – zelfbedachte – cursus begon in de bibliotheek (dat leek me een goede plaats hiervoor), in het poëziecentrum, waar ik maar gewoon ben gaan zitten. Waar ze me opzadelden met een boek dat precies is geschreven voor mijn ‘cursus’. Of, misschien weet ik door het boek beter wat ik wil doen. En hoe dan. Hoef ik niet álles zelf uit te zoeken. Ik ben immers geen expert, maar juist de onwetende.
   
Het boek dus. ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, aangeprezen als ‘Sprankelende gids voor het begrijpen en waarderen van poëzie’ en ik ben helemaal fan.
Ellen Deckwitz geeft antwoord op 23 vragen, zoals ‘Waarom zit er zoveel wit in gedichten?’ en ‘Waarom zeg je niet gewoon wat je bedoelt?’, maar ook, tot mijn verrassing in het één-na-laatste hoofdstuk ‘Wat hebben wiskunde en gedichten met elkaar gemeen?’. (Ze begint daarbij met het volgende fragment  van DWDD (vanaf een minuut of 8))
   
Behalve dat het ontzettend fijn leest en ik regelmatig moest lachen, kun je bijna niet anders dan enthousiast worden over gedichten. Het gaf me de moed om eens langer over een gedicht na te denken en ik merk dat ik overal mooie zinnen tegenkom.
Waar ik dan weer blij van word.
   
Ik zal het voor nu kort houden, maar ik hoop hier nog vaker over te schrijven (en over te praten, dus reageer vooral!). Wat er nu in me opkomt wat het belangrijkste is wat ik uit het boek heb gehaald:
   
Een gedicht is niet iets om bang voor te zijn. Het is ‘geen cryptogram dat je alleen kunt oplossen als je alles van de dichtkunst weet’. Nee, lees het gewoon, begrijp het wel/niet, lees het nog eens en ga erover nadenken. Het maakt niet uit als je een gedicht de eerste honderd keer niet snapt.
   
   
Nu kan ik toch bijna niet anders dan dit blog eindigen met een gedicht. In het Nederlands. Van een Vlaamse van wiens optredens (een voorbeeld hier) ik best wel fan ben.
En daar mogen jullie dan iets van vinden. Hoeft niet. Maar ik vind het sowieso leuk als je iets achterlaat! (en tips, voor zowel proza als poëzie zijn altijd welkom!)
   
Uit: Maud Vanhauwaert, Ik ben mogelijk (2011)
   
Vroeger was ze uitgestrekt
nu nog een gevouwen duin
glimlachen zegt ze
is een act tegen de zwaartekrachttussen twee huizen door
huilt ze schuilend of andersom
zoals je bij een sjaal denkt aan de kou
zo denkt ze aan het leven

thuisgekomen haalt ze het speelplein
onder de nagels van het kind vandaan
raadt granaatappels juist op tv
gaat slapen zo uitgestrekt mogelijk

morgen is haar territorium weer twee voeten
maat 38 groot

Advertenties

7 thoughts on “Olijven moet je leren lezen

  1. Saeed uit Iran komt wekelijks op bezoek.
    Hij wil zijn Nederlands verbeteren.
    Verlegen als hij is duurde het even totdat hij zijn gedichten aan mij laat lezen.
    Prachtige woordvondsten, soms vertaalt uit zijn Iraanse gedichten, maar steeds vaker rechtstreeks in het Nederlands geschreven.

    Gedichten schrijf ik niet.
    Maar soms word ik door woorden gegrepen.

    Vriendelijke groet,

  2. Gut, je moet het niet te moeilijk maken allemaal. Bij mij kan je alles onder gedichten zetten. Leuk dat je je zelf op de gedichten stort. Maak het niet te moeilijk. Dat is het leven al genoeg.

  3. Gedichten zijn fijn. Regelmatig heel ontroerend om te lezen, maar vooral heel fijn om te schrijven, fijner dan proza, want: als je geen kant hebt om op te gaan, gaat het vanzelf toch altijd een kant op. Al moet ik zeggen dat ik regelmatig nog wel het nodige peinswerk verricht om een gedicht helemaal af te maken, op zoek naar die ene kwinkslag, of een manier om de rijm in orde krijgen, of het metrum, maar als het dan lukt (meestal wel) is het meteen een werkje waar je trots op bent.

    Waarom schrijf ik de laatste tijd eigenlijk zo weinig gedichten?

    • Ja,ja, ja! Ja, inderdaad! Zo van: je weet niet waar je het vandaan haalt, maar dan ineens staat het er en klopt het!
      Wat ik wel lastig vind: wanneer is het af? Ik houd me helemaal niet bezig met een metrum, of met het geschrevene herschrijven of aanpassen. Misschien moest ik dat eens proberen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s