De grens is scherp

Ik sneed er bijna mijn vingers aan 

Bogota 

Het busstation

Het is een even vluchtig afscheid nemen als alle andere 124839204 keren dat ik hier afscheid van iemand nam. Je maakt wel samen dingen mee, maar je krijgt niet de kans om een leven te delen. Je ziet elkaar waarschijnlijk nooit meer en dat weet je al wanneer je met elkaar kennis maakt. Ik leer steeds meer om toch te praten. Desnoods met mezelf.

Ik koop een regenhoes voor de Nederlandse regen. Ik bots tegen de veiligheidsvoorwaarden van gmail op, maar vind toch een manier om in een aftandse internetwinkel mijn boardingpassen te printen.

Ik ga.
Ik vertrek elke dag, maar dat lijkt allemaal oefening voor vandaag.
Ik ga. Ik ga. Ik ga. Wat betekent dat?

Een moment van nostalgie. Van slikken. Van nog één keer in een taxi en nog één keer ‘Waar kom je vandaan?’ , ‘Hoe lang ben je hier al?’, ‘Wat vind je van Colombia?’

 

De grote hal

De voetbalwedstrijd splitst de wachtenden in drie kampen: de Colombianen, de wij-juichen-voor-Spanje en de mensen die niets om het spel met de bal geven. Ze hebben ieder hun eigen schermen. Ik schaar me bij de eerste groep.

Dezelfde winkelketen vraagt meer voor zijn koopwaar in de tienda voor de internationale incheck balies, dan bij de nationale vluchten. Zo ongeveer de helft van de prijs.

Ik wil erop vertrouwen dat ze mijn tas met rust laten als ik naar de wc moet. (Niets gebeurd)

Een groep van veertig volgelingen zingt Hallelujah en Gloria. Ze gaan naar Israël voor tien dagen. Ze zullen opgewacht worden door hun Colombiaanse mededevoten. Een groep zenuwachtige schoolkinderen in uniform wordt gevolgd door een groep nog zenuwachtigere moeders. Ze pinken tranen weg, strijken haren glad, blijven duidelijk achter. Een jongen staat zeven minuten voor de drankautomaat en koopt uiteindelijk een flesje water. Ik weeg mijn tas, 18 kg zwaar, verwijder wat foto’s van bomen waar vogels inzaten vóór ik op de knop drukte.

  

Na de douane

Op weg naar gate 27. Bij elke El Market nog wat Spaans praten en de chocoladelulo/mango/guyuba/ananas proeven. Proberen mijn ogen niet te sluiten, want er is nog een hele vlucht om te slapen. Mijn tanden poetsen op de wc met smerig water, chloorsmaak.

Ik kom er pas na tien minuten achter dat ik een Braziliaanse film bekijk. Ik ben dus nog niet alle Portugees verloren, maar spreken gaat niet meer.

De wachtende mens hangt op zijn stoel, legt zijn telefoon aan de lader, begint alvast te goochelen met tijdsverschillen, gaat veel te vaak naar de wc.

   

Bogota – Barcelona

Er zit een vrouw van een jaar of zestig op mijn zitplaats.

‘Excuses, ik geloof dat dit mijn plek is’.

Ze schrikt, klampt zich aan een kussentje vast. Een jongen, hij blijkt niet haar zoon maar stelt zich wel zo voor, stelt haar gerust. Zegt dat ze niet bang hoeft te zijn dat ze uit het vliegtuig wordt gezet, dat ze alleen maar een stoel op hoeft te schuiven.

   

Er is een sfeer die ik niet kan duiden. Kinderen schreeuwen, mensen blijven staan, er wordt druk heen en weer gelopen in het gangpad.

Nu begrijp ik het wel. Alle lege plekken (zo’n vijftig) zijn opgevuld met vluchtelingen uit Venezuela. De vrouw naast mij heeft alles achtergelaten. Ze zit voor het eerst in een vliegtuig. Ze is haar bril vergeten en als we haar hebben geholpen om een film op te zetten, zit ze op twee centimeter van het scherm. Bij het minste of geringste schrikt ze op, knijpt ze in mijn arm en de stewardessen moeten moeite doen om haar ervan te overtuigen haar handtas op de grond neer te zetten. Halverwege de vlucht klemt ze hem toch weer voor haar borst. Ze durft niet te zeggen dat ze naar de wc moet, vraagt of ik voor de deur wil blijven staan, vraagt of ik door wil trekken.

Zo’n angst kun je niet op de stoel naast je laten zitten. Die dringt door. Die verdringt de slaap. Die laat me, wederom, beseffen naar welke wereld ik terug ga. En waar ik vandaan kom. Hoeveel die twee verschillen.

   

Mijn veganistische maaltijd komt als eerst, voor alle andere opgewarmde prakjes. De vrouw staart naar mijn broodje en als ik die aan haar geef, pakt ze hem haastig met beide handen aan en stopt hem snel diep in haar tas. Weg. Mijn theezakje (rode vruchten) ontvangt ze als een groot geschenk. Ik vraag er nog een aan de stewardess, ook die verdwijnt in de tas.

Ik vraag waar ze heengaat. Dat is een slechte vraag om een gesprek te beginnen, maar dat bedenk ik pas als ik haar reactie zie. Ze durft het niet te zeggen. Ik kan me weinig voorstelling maken bij haar angst, maar ik begrijp dat ik een spion zou kunnen zijn. Dat een regering lange armen heeft en regels die onmenselijk zijn.

De jongen is niet zo bang, of, zo komt hij niet over. Hij heeft alleen zijn gitaar meegenomen, de rest is hij toch al kwijt. Ik denk aan mijn achttien kilo en voel me heel rijk. Ook ik heb weleens verkondigd dat ik weinig meer heb.

   

We splitsen als ik met mijn Nederlandse paspoort de EU zo binnen mag lopen.

   

Barcelona

Het vliegveld

Ik ontbijt gezeten op een kofferwagentje in de zon. Als ik aan de informatieman vraag of ik het water hier kan drinken, krijg ik een verontwaardigd ‘Spanje is een eerstewereldland’ terug.

Duidelijk.

We zijn niet meer in Colombia.

Later zal ik dit bericht sturen:

Zo’n twintig man met gekleurde broeken, nette jasjes over geblokte overhemden, bootschoenen, modieuze brillen en een lok die over hun voorhoofd valt, staan met ieder een grote golftas in de rij om in te checken.

Ze weten al dat die tassen te groot zijn.

Ze zuchten omdat ze moeten wachten.

Ze klagen over de warmte.

Ze spreken Nederlands tegen de Spaanse meisjes en zeggen dingen als: ‘Neehoor, deze tas is helemaal niet te groot’ en ‘Ik heb hier nog nooit problemen mee gehad’.

Ze krijgen het voor elkaar dat hun tassen in worden geladen.

   

Dit heeft natuurlijk even geduurd. Tijd die de Nederlanders om mij heen er niet voor over hebben. Niet nu. Niet hier.

Ik weet wel dat mensen niet de leukste versie van zichzelf laten zien op een vliegveld, maar ik kan met mijn twee nachten zonder slaap en alle spanning van vertrekken en terugkomen en daar onzeker over zijn, niet anders dan verdrietig worden. Ik overweeg om gewoon terug te gaan naar Colombia. Of een ander land. Ik heb alles bij me.

   

Uiteindelijk check ik toch weer mijn mochila (backpack) in.

  

De douane

Het was warm, ik had mijn bergschoenen uitgedaan. Maar, als je op blote voeten loopt, niet zo stabiel uit je ogen kijkt (zie hierboven) en bovendien net uit Colombia komt, dan ben je Verdacht.

De grote vraag was: Heb je cocaine in de zolen van je schoenen? Mijn wattenstaafjes moet ik weggooien. Elk item uit mijn handbagage wordt bekeken en ‘Wat is dit?’, ‘Wanneer heb je het gekocht?’, ‘Hoe vaak heb je het al gebruikt?’.

Ik snap het wel, maar ik snap het ook niet.

   

Barcelona – Amsterdam

Ik zit in een Nederlands vliegtuig, met een Nederlandse kapitein en Nederlandse aanbiedingen. Saucijzenbroodjes twee voor de prijs van één. Het broodje van de week is een broodje gehaktbal. Er worden loten verkocht. Er is een speciaal Duty free tijdschrift met parfums en sieraden. De golfvereniging zit voorin, ik zit nu tussen de uitgelaten verhalen van 5havo, net klaar met school en de afgelopen week hebben ze grenzen opgerekt. Ze maken veel grappen die alleen zijzelf snappen.

Ik slaap. Eindelijk. Als ik wakker word cirkelen we al rondjes boven de polderbaan. Nederland, Nederland!

(Nederlandse luchten zijn moooooi)

Advertenties

5 thoughts on “De grens is scherp

  1. Wat een indrukwekkende tekst. Wat een ervaringen op je route van Bogota naar Amsterdam. De wereld in een notendop: mensen in alle situaties. Deels hebben mensen een keuze, deels overkomt het leven hen. En wat zijn wij tot nu toe bevoorrecht. Meestal zonder ons er bewust van te zijn. Dank voor deze tekst Loes. Je hebt oog voor dat wat ertoe doet. Blijf jezelf trouw….

  2. welkom terug. Moet een hele schok zijn. Ik had dat al na ‘amper’ een half jaar binnen Europa.
    Je schreef zo mooi over ‘waarom moet ik altijd plannen hebben om sneller, beter en ambitieuzer te worden? Waarom zal iedereen me meteen vragen wat ik NU wil gaan doen en verwacht iedereen dat het nu ‘echt’ begint, alsof dit maar spel was?’ Hopelijk lukt het je om zonder te veel stress trouw te blijven aan die slimme en zeer ware intuïtie.
    Bedankt voor je uiterst mooie reactie bij mij laatst. Stelde ik erg op prijs.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s