Het mozaïek van een dag

Hoe de stukjes passen, of niet. De lijm loslaat en je steeds weer moet voegen.


Afwisselend luister ik naar Soley, the Punch Brothers en Suzanne Vega. ‘Maar wat is je naam in het Nederlands?’ Hoe kan een meisje met zoveel sproeten en bleke benen en zoveel lengte een Latijns Amerikaanse naam hebben? Ik ben wel Luz, ik was graag het licht geweest, maar het is toch een beetje anders. De man aan het loket vraagt naar mijn paspoortnummer, maar noteert alleen de cijfers.

Het geeft niet.

Het maakt eigenlijk ook helemaal niet uit, maar je moet wel wat invullen. Ik lach om een grap die ik niet versta, ik poets mijn tanden in een vieze stationswc en dan ben ik al bijna op een nieuwe plaats.

Er waren elf uur in een bus, waarvan ik er toch zeker negen sliep. Mijn waardevolle spullen dicht om mijn lichaam gebonden, had ik geen angst. s Ochtends was alleen mijn waterfles weg, waarschijnlijk door de bus gaan rollen.

Om 6.30 uur s ochtends op een ontwakende bus terminal aankomen heeft iets prachtigs. Alle benzinewalmen, de vettige lucht van terminal fastfood, de slaapwankele mensen die met grote koffer en warme muts een plekje zoeken voor een kop koffie, of juist de pakken met wolk aftershave die voorbij razen. Zoals ik mezelf heb aangeleerd: op een nieuwe plek eerst even een halfuurtje om me heen kijken. Ook al is dit niet de nieuwe plek,ik doe het toch. Omdat hier zoveel levens zijn, zoveel mensen die ik niet begrijpen kan, waarvan ik niet weet wat ze hebben gedaan en wat ze van plan zijn. Rondkijken, eerst alleen naar wat je ziet, daarna bedenken wat er nog meer zou kunnen zijn.

Dit is Bogota. Hoofdstad van Colombia. Thuis van miljoenen mensen en auto’s en brommers en straathonden. Hier wil ik nog niet zijn.

En dus gaat de rit verder naar Zipaquira, dat door haar inwoners liefkozend Zipa wordt genoemd. Het dorp is ingericht voor de weekenden, wanneer duizenden mensen uit Bogota hier komen rondlopen en eten en dure souvenirs kopen. Het dorp zit op een maandag dus iets te wijd in z’n vel: het plein duurt eindeloos, verkopers roepen de longen uit hun lijf over lege straten om hun net zo lege winkels te vullen. Ik kan alle bedden kiezen in het hostel. ‘Hoe lang blijf je?’ Ik haal mijn schouders op.

Zo goed als ik me voelde bij aankomst – ik ben weer onderweg, kijk mij eens alleen reizen ohyeah- , zo slecht voel ik me in de middag. Afscheid nemen is zo lastig. Ik voelde me zo thuis bij Adriana en Fabio (ik woonde twee weken bij hen in huis met twee Argentijnen). En toch koos ik om te gaan. Wat doe ik hier eigenlijk? In Zipa. In Colombia. Zo ver van​ vertrouwde mensen en Nederlands praten. Met een lichaam dat wel weer wil lopen, maar steeds maar moe is. Ik had me voorgenomen om ultra dankbaar te zijn met elke stap als ik weer kon lopen, maar nu het zover is ben ik teleurgesteld omdat ik zoveel minder fit ben dan eerst en daarna voel ik me nogmaals teleurgesteld omdat ik teleurgesteld ben. Gedachten proppen zich op en ik weet dat slapen helpt, maar het duurt nog een paar uur vechten voor ik daar aan toe wil geven.

Uitzicht in Zipa

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s