Soms is het achteraf leuk(er) en het positieve van shinsplints

Ik zit op een berg, bijna alleen – op een ouwe tante en drie honden na -, het uitzicht is werkelijk fantastisch, de tante heel aardig en de vogels fluiten uitbundig.

En ik denk vooral: achteraf is dit heel goed en leuk. Maar nu even niet..
Gepubliceerd op een plek met wifi, dus met een paar dagen vertraging.

Kijk! Dit uitzicht!

Weet je nog, de eerste weken Brazilië (dat is lang geleden! Voor m’n gevoel dan ;)) toen ik er ook al achter kwam dat niet alles leuk hoeft te zijn. (Lees hier). Het is wel anders nu, want ik geniet bijna de hele dag, maar het is ook hetzelfde. Ik dook in een familie en zo kom je heel dichtbij een andere cultuur. Moet je je eigen leven even afschudden.pfew.

Even wat dingen op een rijtje.

  1. Ik leef even samen met een familie waarbij alleen Spaans gesproken wordt. (Twee vrouwen en een meisje van twee) (en drie honden) (die spreken geen Spaans) (ze luisteren wel alleen naar Spaanse commando’s; ¡Venga!)
  2. Juist als je samenleeft, vallen de verschillen in levensstijl op. ( we koken op vuur en we eten met alleen een vork.)
  3. Ik ben geloof ik niet de makkelijkste in het aanpassen aan het ritme van iemand anders. Ik wil zelf kiezen wat ik doe. Meebuigen is ook een kunst. ;)
  4. Er zijn onuitgesproken en onbegrepen verwachtingen en miscommunicaties en na de eerste dagen waarin ik vind dat ik de taal behoorlijk beheers, word ik moe en wil ik heel graag even praten met iemand die me begrijpt. Alles.
  5. Na  een maand samen in Colombia, zijn Hilde en ik weer gescheiden. En ja, dat voelt wel alleen.
  6. (Sorry voor de zinsconstructie). Als ik dan voor de derde keer het woord voor kikkererwten moet vragen en de buurvrouw -van het platteland hier met een heel moeilijk accent – langskomt en ik haar niet eens begrijp als ze vraagt of ik alleen reis (ja, net weer sinds een paar dagen), waarop zij daarna aan m’n host vraagt ‘ ze spreekt geen Spaans hè?’, dan word ik verdrietig en teleurgesteld in m’n eigen kunnen en houd ik verder mijn mond maar.

Maar gelukkig weet ik nu dat dit gevoel niet een reden moet zijn om maar te kappen met Spaans leren en praten (hallo fixed mindset), maar dat ik me juist mag verheugen op alle dingen die ik nog mag leren. *

Gelukkig nummer twee weet ik ook dat achteraf zal blijken dat ik toch wel een beetje Spaans praat. Je moet iemand die Nederlands leert ook niet vragen om Limburgs te praten.

Maar bovenal: juist het feit dat ik hier ben, vind ik eigenlijk heel leuk!

Hier is dit huis

Hoe je kunt genieten van shinsplints

(Niet letterlijk maar wel indirect)

Zeven nachten geleden kwam ik aan in Jardín, met pijn in m’n schenen en het voornemen om nu écht rust te houden.

De eerste dag in Jardín liep ik dus slechts naar het pleintje en terug. (Lees) Daarna installeerde ik een app om weer Spaans te leren (Anki, jieha!), bakte brood, ging in het dorpje zitten tekenen en ontdekte niet alleen dat ik het leuk vond om gebouwen te tekenen, maar ook dat dit een ideale manier is om de lokale bevolking uit te nodigen met je te praten. Binnen de kortste keren had ik een achttal kinderen om me heen die sprongen en tekenden en met me wilden praten. Gevolgd door de volwassenen die ook heel nieuwsgierig waren.

Blijkbaar vind ik het leuk om gebouwen te tekenen :)

(Overigens ook een volwassene met een andere insteek: Hé, ik ben ook schilder. – Hoi, goedemorgen, wat leuk! Ik eigenlijk niet – ik verkoop ook cocaïne – Nee bedankt. En weg was hij)
Plus: ik solliciteerde voor het werken in een hostel in de bergen om de hoek. Met als taken: koken, de tuin verzorgen en met de gasten praten.

Juist, dat is waar ik nu ben. De taken zijn wel ietsje anders, want ik mag muren schilderen en muurschilderingen maken en er zijn niet zoveel gasten.

Dit uitzicht zag ik vaker dan het uitzicht hierboven

De tante, die niet van koken houdt, wil toch zelf haar eigen boontjes doppen en rijst koken, dus ik verzorg verder de avocado – en sinaasappel bomen en de tomaten planten en aangezien er ook veel te praten is met buurkinderen en cowboys, is dan je dag wel gevuld. Plus. De afwas en kleren verstellen (luie naaisters hier mam, draden van wel twee meter!).
Ik had niet verwacht dat ik dit zou doen. Zit je dan, met je Nederlandse kennis en cultuur, op het platteland waar de mensen niet bang zijn voor honden, uit te vinden hoe je zo dekkend mogelijk een niet egale muur verft, terwijl je op moet letten of een kind of hond niet zomaar door de verf loopt.

Feit is: ik had dit niet gedaan als m’n schenen gezond waren.

Dan was ik waarschijnlijk ook niet een hele dag in het dorpje gaan tekenen en had ik al helemaal niet zo totaal passief kunnen zijn.

Maar het voelt zo goed! Ik genoot en geniet zo erg van de dingen die ik wel doe en deed, ik sta er zelf van versteld. En ik ben er ook ten volle van overtuigd dat die schenen van mij wel weer willen lopen.

Wel even wat anders dan voordat ik wegging, toen ik er echt depressief en wanhopig van werd als ik niet kon bewegen. Dus ja, dat ik nu zo positief reageer, daar ben ik best wel trots op.

Leuke bijkomstigheid: na dit schrijven heb ik er weer zin in. Ik ga weer Spaans praten, ¡Nos vemos!
En morgen meer over mijn verblijf op het platteland

* of zoals ik me bij het leren van Chinees altijd voorhield: er zijn TIG miljoen mensen die deze taal spreekt dus dan moet ik het ook kunnen leren

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s