Zwerven langs de Waal

Met een diepe Franse ‘Ouf’ was hij ter aard gestort.
Zo stel ik me dat voor,
want mon dieu, wat lag daar een hoop mens.

Een fikse hoeveelheid cellen en verhalen uitgestrekt op een
picknickkleed.
Zo één met ruiten.
Ik dacht dat ze die alleen toevertrouwden aan gezinnen met kleffe
boterhammen, pakjes sap, knoeien met koffie.
Of dat je op zijn minst een jurk aan moest,
of hebben uitgetrokken.
Dat laatste misschien het liefst.

Ik dwaal af. Niet alleen vandaag, maar vandaag
in het bijzonder.
Twee flessen troep en een roes in het zand, ik had er
een briefje achtergelaten:

‘Ik vind u mooi. Bedankt.’

Mijn kleffe boterham erbij, toen toch maar doorlopen.

Laten we hopen dat ik snel zulke vieze voeten krijg.
En een rauw leven. Met diepe Franse klanken oufzo.

We hadden een duik genomen, plompverloren de boekenkast in.
Deze avond en ik.

Ik vroeg je om wat mystiek licht en zo rond half negen vond jij het tijd.
Daarna stofte ik mezelf af en zocht ik naar een titel voor deze zomer. Ik dacht nog dat ik het simpel wilde houden
maar
zo vee lwo (o)rd e n l etters grepen.
Keuzes altijd. Imiteren of nabootsen, plagiaat of fraude plegen. Dat klinkt zo gedurfd en dat deed ik dus niet.

We gingen op onze knieën voor de dood en rekten ons uit voor een restje weemoed. Alles gebundeld en opgetekend, behalve die vergaande bibliothecaresse.
Je zult maar voor eeuwig in het plot van een streekroman zitten.

Ik kan het toch niet laten

– Geen idee waar het met dit blog heengaat, maar ik vond het leuk om dit stukje te schrijven.

 

Ik had pagina 84 om mijn neus gevouwen, want ik houd zo van de geur van boeken. Daarna was ik op de grond gaan liggen en speelde ik voor dood. Misschien was ik dat ook wel een beetje. Ook al klopte mijn hart als een bezetene en voelde ik alles beven en trillen. In ieder geval was er nieuw vel. Ik schilferde aan alle kanten, de ruwe stenen maakten dat niet minder.
De geur van nieuwe boeken doet me denken aan zomerkampen of verjaardagen. Het gevoel dat je even weg mag van hier en dromen, geleid door andermans woorden.

Ik had geprobeerd duidelijk te maken dat er ongeschreven regels waren overtreden, maar als je dat tussen de regels probeert te proppen komt daar weinig van. Het was duidelijk dat er geen concessies te doen waren, of dat er enig begrip zou worden getoond. Dus was ik gaan rennen.
Ik vroeg me af of je als rechter meer of minder ongeschreven regels had. Of ik eens wat formeler moest worden. Nee.
Gedrag is altijd logisch voor de betrokkenen zelf. Daar ben ik het niet mee eens. Hij had zijn neus in mijn zaken gestoken. Ik in bladzijde 84. Ik bedoel maar.
Mijn hart bedaarde.

Zinloze zaterdag 6

April 2014

Nu ik weer geheel ben

bereken ik onze gemeenschappelijke delers
om te kijken waar we staan. We zijn niet
relatief of
priem,
maar er is alleen maar twee,
of drie misschien.

 

10436016_882385561776215_6669661998802557578_n

Hier ging het even mis met de orde.

10385384_882385558442882_2886559540887731965_n

Tussen haar woorden
Wil ik wonen
Ik struin de pagina’s
door en hop on hop 
off, met mijn hoop on 
hoop off, maar het stelt
me nooit teleur er borrelt
alleen maar meer 2738613059_ef0a185644_b1  Dat je jezelf afvraagt waar ben ik? Dat je dat stiekem wel weet. Dat je in het concrete of uit het ongerijmde jezelf ineens herkent in dat plaatje van later. Dat je weet waar alles op uitdraait, maar toch niet kan beseffen dat het echt gaat gebeuren.
Dat je praat als een orakel, om de waarheid niet genoeg daglicht te geven.
10390142_886395121375259_7141638496143703096_nNu heb ik Taiwan hopelijk wel zo’n beetje laten zien en gaan we door.

Cultuurshock

Ik kan ondertussen weer een beetje Nederlands denken en praten, er zijn weer wat spullen in mijn kastjes en mijn kleren zijn gewassen (nog niet opgevouwen, alles op z’n tijd ;) ), maar ik kan er niet omheen: de cultuurshock.

Culture shock is the personal disorientation a person may feel when experiencing an unfamiliar way of life due to immigration or a visit to a new country, a move between social environments, or simply travel to another type of life.
Bron: wikipedia

Het is precies wat ik momenteel ervaar en ik word er een beetje bedroefd van.

Ten eerste: ik geniet met volle teugen.
Vooral van alle mensen die ik zo geweldig vind, knuffels krijgen/geven (geen Taiwanese gewoonte, dat heb ik gemist zeg), van de bossen, bloemen, vogels, de weilanden met koeien en de frisse lucht. Het voelt zo vreselijk fijn.
En toch, ik ben ineens de buitenlander. Ik kijk met andere ogen naar de wereld die nog zoveel hetzelfde is als eerst.

Ik moet er weer aan wennen om mijn wc-papier in de wc te gooien, om water te drinken uit de kraan, dat de winkels heel vroeg dichtgaan en dat ik misschien een vest aanmoet. Of wat dacht je van een goeie jetlag?
Toen ik in Taiwan aankwam had ik ook wel een cultuurshock, alles was immers anders, maar deze is moeilijker. Want ook al voelt het anders, ik ben niet de buitenstaander, ik behoor tot de groep waar ik anders naar kijk.
Het voelt als kritiek op mezelf en regelmatig schaam ik me.

Waarom dan?
Mensen kruipen voor in de rij bij het boodschappen doen.
Ik las net een hele discussie op een online forum, waarin iemand heel ijverig van alle supermarkten de regels en richtlijnen had doorgenomen en Nergens stond dat je niet mocht voorkruipen, Dus het mocht.
Dat vind ik sneu en meer wil ik er misschien niet over zeggen.

Zo ook: door rood rijden.
Kijk, ik blijf gewoon wachten ook als het groen is, omdat ik gewend ben dat de stoplichten aan de overkant van de weg staan en niet achter me, maar dat hoeft nou ook weer niet. ;)

‘Mot je er langes of wat sta je daar’.
‘Nou, eigenlijk wacht ik gewoon even tot u uw winkelwagentje een beetje opzij hebt geschoven, zodat ik er langs kan.’

Het zijn maar een paar voorbeelden. Het voelt veel haastiger in Nederland, veel meer ieder voor zich en ik zie zoveel mensen moeilijk kijken. Ik moet ineens betalen als ik even naar de wc wil in een cafetaria, voor wat hoort wat. Het leven flitst en ik mis een bepaald gevoel. Het is het gevoel dat het leven in Taiwan zo makkelijk maakte. Een soort voel-goed-gevoel.
Soms denk ik: wát asociaal. En gelukkig hoorde ik dat vanavond ook achter me zeggen, toen ik zag dat den hangende Mensch een puinzooi achter had gelaten in het park: blikjes, half opgegeten ijsjes, peuken en versnipperde flyers.

Het principe van geven 
Hier schreef ik eigenlijk al een stuk over, dat niet online kon, omdat in Beijing wordpress (en eigenlijk alle websites) geblokkeerd zijn. De moraal van het verhaal: in Taiwan heeft geven een andere betekenis dan in Nederland.

Als iemand je hier iets geeft, dan ga je bedenken hoeveel het waard zou zijn, en wil je iets teruggeven van gelijke waarde. Bovendien: men geeft vaak omdat men er zelf beter van wil worden, je verwacht iets terug.
Wanneer je iets geeft hoor je vaak: ‘dat hoeft echt niet hoor’.

Ik ervoer in Taiwan dat mensen belangeloos weggeven. Ze verwachten niets terug.
Na enige discussies kwam ik tot de theorie dat de mensen meer geloven in een grote kringloop: als we allemaal geven, ben je vanzelf ook eens de persoon die ontvangt.
Zo niet, dan niet. Dat was niet het doel van het geven, je doet het voor de ander.
Wanneer je iets wordt aangeboden zeg je: ‘bedankt’ en neem je het aan.
Er wordt veel weggegeven en ik heb het vaak mogen ervaren:

Delen is vermenigvuldigen. 

Ik wil niet per se ‘onze’ manier afkeuren, maar ik wil wel de Taiwanese manier een beetje invoeren. In ieder geval voor mezelf merk ik hoe fijn het is om anderen blij te maken. Ik bén er makkelijker in geworden om weg te geven, maar je mag ook best dankbaar zijn voor iets wat je krijgt en het aannemen zonder je schuldig te voelen. Je hoeft niet altijd iets terug te geven.
Ik heb het trouwens zowel over materiële giften als fruit, boeken, zalf, wat dan ook, als immateriële dingen zoals hulp, een luisterend oor, een schouder.
Juist als je weggeeft zonder bijbedoelingen en open staat om te ontvangen, krijg je veel meer, fijn gevoel vooral. Dat merkte ik in Taiwan en dat hoop ik hier ook te zien.
In dit kader heb ik nog iets gemerkt. Ook aan jezelf mag je soms best iets geven, al is het maar een warme douche of een wandeling.
   

En toen dacht ik net: waarom zou ik niet ook het voel-goed-gevoel hierheen kunnen halen?
Ik hoef niet sip te worden van de mensen hier die anders zijn, maar evengoed bewonderenswaardig. Gelukkig zijn we niet allemaal Taiwanezen, maar hebben we onze eigen stijl.
Wat ik wel wil proberen is om de dingen die ik heb geleerd, waar ik me prettig bij voelde, een beetje mee te nemen. Het combineren van het goede van twee werelden.
Dus daar ben ik nu druk mee: mensen goedemorgen wensen, glimlachen schenken, zingend door de (extreem vroege: dankjewel jetlag ) ochtendzon wandelen en vooral heel veel mensen weer zien en dankbaar zijn.