Trailrunnen in Neihu

Ik hoop dat je nog niet moe bent van mijn hardloopverhalen, ik namelijk niet! Ik heb vandaag echt een supertoffe trailrun gerend, in Neihu. Neihu is een gedeelte van Taipei, ongeveer één uur rijden vanaf Hsinchu.

IMG_04011Het plan was als volgt: samen met een Rus, een Tsjech en twee Turkse jongens zouden we 16 km rennen. 16 km klinkt als doable, want die ren ik elke week wel één of twee keer, dus ik had me opgegeven. Ware het niet dat het blijkbaar een hele zware race was.
De snelsten rennen er ongeveer 2 uur nogwat over en dat zijn mensen die een marathon in 2 u 15 lopen. Slik.
Zo ook rennen al mijn rengenoten hun marathons binnen drie uur.

Ik was dus een beetje nerveus.

Vanochtend om 5 u sprong ik uit mijn bed, want je moet hier vroeg beginnen met hardlopen, als het nog niet zo warm is. (31 graden om 7 u ’s ochtends)
Ik had gister trouwens wat opgezocht over lopen in de hitte en de één na de andere site adviseerde me om niet te lopen met temperaturen boven de 25, 26 respectievelijk 30 graden. Tja, dan kan ik hier dus helemaal niet lopen.
Ik at een grote bak havermout en fietste 40 min naar de plaats vanwaar we met de auto verder zouden gaan.

Nu gaan we over tot het rennen zelf. Wat. Was. Dat. Zwaar. Dit kan ik nog wel 37 keer neerschrijven en dan nog heb je geen idee hoe ontzettend zwaar dit was.
Het was vooral mentaal heel zwaar, omdat je steeds maar aan het ploeteren bent en zo weinig vooruit komt. Er zaten rotsstukken in, waarbij je zonder zekering naar boven moest klimmen en daarna stond te trillen op je benen. Ik heb door drie rivieren gewaad en daarna doorgerend. (of alles nu nat is van het zweet of het water, dat maakt niet).
Na zes km werd ik gestoken door een wesp, er was niemand in de buurt. ‘Wat nu?’
Dus ik zoog de angel uit binnenkant-bovenarm en rende door.
Ja, dat vond ik best stoer van mezelf, maar goed, ik had niet zoveel keus. Ik zei nog tegen mezelf dat ik op zijn minst moest doorrennen tot een mooi uitzicht voor ik ergens zou gaan creperen.
Tijdens het rennen is alle pijn trouwens weggeëbd, ik denk door een goede bloedcirculatie en de nodige endorfinen/adrenaline?

Ik heb roadschoenen in plaats van trailrunschoenen en nu weet ik dat dat niet zo handig was. De keren dat ik (bijna) uitgleed zijn ontelbaar.

Maar wat echt het moeilijkste was, wat ik helemaal niet had verwacht, was het rennen met zweet in je ogen. Dat prikt man! Dat doet pijn en het zorgt er ook voor dat je niet zo goed kunt kijken. Ik wilde mijn kostbare water ook niet verspillen om het weg te spoelen, dus ik liet het maar zo.
Ik had trouwens 1,2 liter water op mijn rug, want de luchtvochtigheid is hier zó hoog.

Na 12 km en twee uur zat ik er mentaal helemaal doorheen. Ik zag een gigantische trap voor me oprijzen en ik wist dat ik die moest gaan beklimmen. Ik moest denken aan de bonenstaak van Jaap, er kwam geen end aan.
Ik zag een slang, maar ik had niet eens energie om te schrikken.
Ik heb er eigenlijk nog nooit zo doorheen gezeten, dus dat was wel een goede ervaring. De daaropvolgende kilometer heb ik afgelegd in een half uur.
Omhoog, omhoog, omhoog.
Heel traag, maar wel gestaag, want opgeven kwam nog niet in mijn woordenboek voor.

Hierna heb ik mezelf zo’n beetje herpakt en kon ik weer door. Ondertussen rende één van de Turkse jongens het parcours ongeveer dubbel om mij op de hoogte te houden van de statistieken en te kijken of ik nog leefde. Dan rende hij weer vooruit en kwam hij terug met de mededeling dat we al X km hadden gedaan met Y stijging en dat we de laatste Z meters in W minuten deden.
Dat krijg je al je met natuurkundigen op pad gaat.
Natuurlijk rende ik nog ergens verkeerd waardoor ik de route nog 1,5 km langer heb gemaakt. (Frustratie, check!) In totaal zijn er 1400 hoogtemeters gemaakt en heb ik er 3,5 u over gedaan.

Ik wist niet dat appels zó lekker konden zijn. :D

Advertenties

Komt dat horen!

Deze zaterdag in de Taalstaat, 31 mei, 12.55 u op radio 1.

Ik ga het lekker kort houden, want ik kom net van de uni (na 12,5 u studeren: Chinees praten en presentaties bedenken en wiskundeles volgen en slimme dingen proberen te bedenken etc. etc.), ik heb koppijn en ik heb het heet, maar ik heb ZO LEUK NIEUWS!

Dit was de aankondiging:

TaalstaatDus ik typte wat, afgelopen zondag, zat er gister ineens een mailtje van Frits Spits in mijn mailbox! Of ik mijn eigen stukkie kon vertellen voor de uitzending van komende zaterdag.

Mocht alles goed gaan, dan kun je mij dus horen aankomende zaterdag. Hoe vind je dat?

Niet meer tellen

Soms moet je enge dingen doen.
In dat kader wil ik graag iets vertellen, want ik verwacht niet dat Iemand er ooit naar gaat vragen. Omdat je het niet weet. Omdat je het misschien niet verwacht. Maar het houdt mij dus wel bezig (of juist niet meer), en ik ben er ook wel een beetje trots op.
Bovendien: ik kan dit altijd weer verwijderen.

Ik tel namelijk geen calorieën meer.

Ja, en?!
Nou, dat is dus best wel een dingetje.

Het was er zo’n beetje ingesleten. Zonder dat ik het wist, want ik verkondigde al tijden dat die tijd van eetstoornissen echt helemaal voorbij was.
Ik zocht niet meer naar de calorieën op de achterkant van verpakkingen, maar ik wist er toevallig nog behoorlijk veel, en als ik ze ergens zag staan dan onthield ik ze jammer genoeg ook.
Dus telde ik ze een soort van automatisch in mijn hoofd.

Vaak vroeg ik mezelf niet of ik honger had, maar of ik alweer iets mocht eten.
Net alsof je daar eerst lang genoeg op moet wachten.
Als ik het zo schrijf klinkt het behoorlijk raar, maar echt, een lege maag kan zo goed voelen. Ik had vaak het gevoel dat ik iets bereikt had als ik uren niets had gegeten en licht werd in mijn hoofd. Absurd, ik weet het.
Bovendien was mijn hongergevoel vaak behoorlijk in de war. Heel apart ja. Niet dus.

Pas na twee maanden Taiwan vroeg ik me van iets af hoeveel er eigenlijk in zat. En terwijl ik me dat bedacht kwam pas het besef dat dat de eerste keer was. Twee Maanden! Dat is dus echt een gigantisch lange tijd als je het mij vraagt.
Het eten was best lastig in het begin. Ik kots nog steeds gemiddeld één keer per week, omdat mijn maag het eten hier niet verdraagt, maar daar kan ik best mee dealen.

Wat ik dus maar wil zeggen: sommige dingen heb je pas door als je er ver weg van bent.

Wat een rust! 

Ik kan aan zoveel andere dingen denken als ik niet al die cijfertjes hoef te onthouden, als ik niet steeds tegen mezelf aan hoef te schoppen nadat ik ‘foute dingen’ heb gegeten.
Of ik denk gewoon aan wat minder dingen, dat is ook fijn.

Ik hoop dat dit niets nieuws is, maar voor mij is het dus best een openbaring.

Ik vind het eng om dit te schrijven, omdat ik nu eigenlijk weer wil zeggen dat die tijd voorbij is. Dat ik punten aan het zetten ben. Omdat ik soms bang ben dat die stoornis nooit helemaal over gaat.
Maar daar wil ik hevig tegen verzetten. Het kan wél overgaan.
Want naast rust heb ik zoveel hoop en vertrouwen gekregen. In mezelf, in deze wereld, in ieder mens.

Twee ontmoetingen

Ik ben nogal bijzonder. En ik hoef er niet eens iets voor te doen.
Ik ben gewoon mezelf, met mijn ‘blanke’ huid, ‘grote’ ogen en ‘blonde’ haren die toch niet zo stijl zijn als ik altijd dacht.
Aangezien ik me veel in ruimtes met airconditioning bevind blijft dat blanke nog goed zitten ook. (Jammer, jammer)

Het gevolg:
Er wordt de hele dag naar je gekeken. 

En als ik zeg de hele dag, dan bedoel ik ook echt de hele dag. Er worden raampjes opengedraaid als je voor het stoplicht staat te wachten, er gaan mensen staan kijken voor het fitnessraam (ik geloof dat ze denken dat dat raam geblindeerd is, maar ik kan alles zien), mensen staren en roepen je na, vertellen tegen hun partners dat er een Europeaan langsloopt en hoe vaak er over mij gesproken wordt… (ik versta dat dus mensen, doe toch voorzichtig met je woorden!)
Er zijn hier namelijk niet zoveel blanken.

Ik betrapte mezelf er op dat ik nog een keer opkeek toen ik een ander blank meisje zag. (Ik word echt Chinees).
Ik merk dat als ik vertel over ‘internationale studenten’, dat mensen dan automatisch denken aan Europeanen of Amerikanen, maar zelfs veel van die studenten hebben ouders die uit China of Taiwan komen en zien er dus Aziatisch uit.
De internationale studenten die hier zitten komen veelal uit Indonesië, de Filipijnen, China, Hongkong, Vietnam of India. Er is hier een hele grote Indiase gemeenschap, maar op de één of andere manier weten zij zich goed te verstoppen (behalve op het cricketveld).

Soms word ik er moe van dat iedereen maar blijft kijken wat ik aan het kopen ben, dat er stiekem foto’s gemaakt worden en ik maar net doe alsof ik het niet zie, of dat mensen heel brutaal een fototoestel in je gezicht duwen.
Ik vraag me af wat er met die foto’s gebeurt.
Sowieso, Taiwanezen maken echt ó-ve-ral foto’s van, wat doen ze daarmee?

Op andere momenten is het juist leuk, bijvoorbeeld als ik aan het hardlopen ben en mensen me aanmoedigen, of als je over de markt loopt en marktkoopmannen uit het niets ‘I Love You!!’ naar je beginnen te roepen.

Nu zijn er twee soorten ontmoetingen die ik graag met je wil delen:

1. De vaders
‘Hello, my son wants to talk to you’. Zoonlief staat waarschijnlijk op een paar meter afstand of is helemaal niet aanwezig en wil waarschijnlijk ook helemaal niet met mij praten, maar deze vader zoekt naar een mogelijkheid om zijn zoons Engels te verbeteren.

Dit is de snelste tactiek:
Meestal antwoord ik in het Chinees dat ik natúúrlijk wil helpen. Daarna is de vader verbaasd dat ik een beetje Chinees kan, waarna standaard gevraagd wordt waar ik vandaan kom, hoe oud ik ben, waar ik Chinees heb geleerd, hoe Taiwan bevalt.
Ik antwoord en zeg dat ik moet gaan, de vader nodigt me uit om snel Engels te komen praten en ik geef mijn telefoonnummer.

Behalve dat ik niet Mijn telefoonnummer geef, maar één cijfer verander. Ik geef wel altijd hetzelfde nummer op. Ik ben dus heel benieuwd van wie dit nummer eigenlijk is en ik moet altijd een beetje lachen bij het idee dat er maar vaders blijven opbellen naar die persoon.

2. De gladde jongens
Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik deze groep jongens moet omschrijven, maar als je alleen Taiwan in trekt kom je ze overal tegen: jongens die er enigszins stoer uitzien en duidelijk indruk op je willen maken.

Dit vind ik dus hele leuke ontmoetingen, want dan kan ik net zo veel toneelspelen als ik maar wil. Ik verzin er altijd een boel op los en aangezien mijn Chinees sowieso al hakkelt komt het nog redelijk natuurlijk over als ik mezelf in een dode hoek praat.

Afgelopen zondag was erg grappig. Ik zat bij een dansvoorstelling, hiphop, supergaaf! Eerst schoof er rechts iemand aan, Max heette hij, zei hij waarschijnlijk ook, maar ik verstond Nuts. Ik herhaalde dus ‘zijn’ naam en toen dacht hij dat ik Nuts heette, prima.

Max had duidelijk al wat bier op en rook flink naar deodorant, maar dat vond ik wel chill (die deo), want de meeste Taiwanezen gebruiken niets van dat.
Of ik alleen was? Of ik Chinees kon spreken? (一點點 – een klein beetje) Wat ik te doen had vanavond? Hoppa, links schoof zijn vriend aan, geen flauw idee hoe hij heette want hij sprak héél onduidelijk.
Waar ik vandaan kwam? Duitsland. (aber natürlich!)
Het was duidelijk dat Max en vriend zin hadden om veel te praten, terwijl ik juist wilde kijken, want de show was gruwelijk. Het was dus een beetje een warrig gesprek.

Wat ik in Taiwan deed? Tja, kickboksen natuurlijk, dat zagen zij ook wel toch?
(Dit element bouwde ik eigenlijk in voor mijn eigen veiligheid, maar het was ook heel leuk hoeveel ontzag je kunt krijgen door leugens te vertellen)
Later vertelde ik ze dat ik eigenlijk half Frans was. Hun reactie: ‘Ja, dat hoorde ik al! Jij hebt echt een accent’. 
Nou, ik dacht het niet. Niet Frans in ieder geval.

Na drie kwartier had ik er geen zin meer in, alhoewel het best grappig was. Ik zei: ik moet nog appels kopen, dus ik ga nu. Geloofden ze me niet! :O

Hoe weinig ik hier heb

En hoe veel dat dan is.

Ik heb vanochtend mijn hele hebben en houwen in handen gehad. Dat kan gewoon, in een uur of anderhalf. Dan heb je nog tijd over om even bij wat dingen stil te staan. Om gewoon even na te denken, in rondjes, wokkels of buiten de lijntjes. 

Het begon met de was.
O, de was.
Ik snap niet zo goed waarom, maar ik houd hier niet van wassen. Thuis vind ik het fijn dat alles fris is, en hier ook wel, maar op de één of andere manier vind ik het einde van de gang steeds heel ver. Vind ik het half uur draaien van deze supermachien te lang duren en komen er steeds meer uitroeptekens achter het puntje ‘Wassen’ op mijn to-do lijstjes. Mijn wasmiddel ruikt misschien niet lekker genoeg en ik weet dat het chemische troep is.

Ik stel het uit, tot ik aan het einde van mijn ondergoed ben gekomen. Mijn sportkleding neem ik steeds mee onder de douche. Mijn tandenborstel trouwens ook, véél te weinig wasbakken voor zoveel tanden schrobbende meisjes.
Enfin, ik had dus zo ongeveer al mijn kleren in de was zitten en ik kwam tot de conclusie dat ik gewoon kleren mee heb genomen die ik niet (meer) draag: Mijn spijkerbroeken, truien en een vest, sokken ook, maar dat is logisch. Een korte broek, twee shirts met mouwen, mijn bikini (badpak is verplicht), een mondkapje.

Mijn Lonely Planet slingerde daar in mijn kast, de belevenissen van Tom Sawyer (in het Chinees, (nu nog) te moeilijk), Multatuli (mijn enige stukkie Nederlandse literatuur hier).
Nu ik toch mijn verbandtrommel zag liggen heb ik maar wat pleisters geplakt. Er is hier namelijk een soort wannabe mug die na het prikken een wondje achterlaat. Heel vervelend, mijn kuiten en schenen zijn één groot slagveld en het doet pijn, maar eigenlijk moet je er gewoon niet aan denken, dan voel je niets.
Dat is trouwens wel vaker van toepassing. ;)

Een stekkerdoos lag daar ongebruikt, ik heb aan twee wereldstekkers blijkbaar genoeg, een springtouw (de dorm bleek te klein, mijn weigerende enkel, misschien ook een beetje vergeten). Een Hele Grote Stapel verjaardagskaarten.
Ik heb ze dus nog maar eens gelezen (de meesten voor de tigste keer) en ik werd er zo dankbaar van. Zo blij ook, al die fijne verhalen. Nogmaals bedankt!!

Kijk, en dan zijn we er wel. Ik heb geen stapels kleren nodig, geen grote voorraden, geen frutsels.
Dat is iets wat ik hier denk ik wel leer, dat je aan zo weinig genoeg hebt. En dat die dingen die je dan wél hebt, zoals die kaarten, ineens veel meer gaan betekenen.
Dat wil ik graag volhouden. :)
Evenals het schone bureau waar ik nu aan zit, want zo’n leeg bureau is alleen al zoveel fijner om te zien.

Dat ene museum in Taichung :)

Dat ene museum in Taichung :)