Het zingen en de appel

Ik genoot ervan dat hij, volgens mij, precies zei wat hij op dat moment dacht.
Ik zette mijn fiets bij het hek om te gaan struinen: veel drerrie, geen mensen, veel wind en wolken, geen zon. Echt een prima dag om luidkeels zingend langs de Waal te banjeren. Luidkeels zingend ja, want de wind snoert je toch de mond, zoiets.

Toen die man met zijn boodschappenkarretje en piekhaar. Ik had hem vanuit de bieb al gezien, daarna nogmaals, op de markt. Driemaal is scheepsrecht, of trakteren. ‘Ja’, hij wilde wel een appel. Het was leuk te praten, hem luidkeels te horen zingen. Misschien dacht hij ook dat de wind hem de mond zou snoeren, of misschien wilde hij met zijn rauwe stem de ruimte vullen, ik nam in elk geval een voorbeeld aan hem.
Zo op de scheiding tussen water en land kwamen de woorden als vanzelf. Mijn stem sloeg over in het water, de golven in. Luidkeels, deze keer durfde ik wel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s