Wij maken vragen

Uitgelicht

 

We schrijven ze met de tong uit onze mond,
een balpen met verse inkt op een rol dik papier.

We lezen ze aan elkaar voor, bedenken steeds meer vragen, klimmen het dak op, een smal trappetje met scherpe randen, schreeuwen naar de nacht

 

Waarom groeien we? Barsten we uit onze huid, pellen we laagje voor laagje een nieuwe ziel bloot, schrompelen we uiteindelijk ineen?

In hoeverre moet je voor andere zorgen als je daarmee jezelf vergeet? In hoeverre moet je voor jezelf zorgen als je daarmee de ander vergeet? Kan zorgen ook verlaten zijn? Kun je de pijn van een ander echt voelen of doen we maar alsof?

Wat is liegen? Als de waarheid van gisteren niet de waarheid van vandaag is, heb ik dan gelogen of ben ik onschuldig? Kan ik überhaupt ooit nog onschuldig zijn? Waarom zou ik dat willen? Wat moet ik blootgeven, wat verzwijgen? Kun je dingen ooit echt vergeten?

Waar zitten gedachten eigenlijk?
en
Wat als ik me vergis?

[Stilte]

 

Advertenties

Als je veel wil

Bij mijn ouders in de tuin staat dit bankje:

Daar moest ik aan denken. Gisterochtend. Toen ik onrustig werd van alle dingen die ik wilde en moest doen. Onrustig zijn vind ik niet erg, maar dit was niet helemaal positief, ik voelde me opgesloten in mijn eigen plan.

Dus deed ik niets. Dwong mezelf om even alles open te gooien.

Precies zoals dat bankje: juist als ik alles wil, wordt het tijd om even niets te willen.

(Dat kun je op twee manieren lezen, wel iets willen, namelijk niets, of niets willen, allebei zijn ze waar)

Lees verder

Mijmeren over tijd

C.S. Lewis — ‘Isn’t it funny how day by day nothing changes, but when you look back everything is different?’

Ik stond net bij het raam een beetje naar de regen te kijken. Een kop thee in mijn hand, avondeten al gegeten, een dag gewerkt, een hardlooptraining in het vooruitzicht.

Het is nog steeds licht.

Niet alleen verbaas ik me erover dat de lamp nog niet aan hoeft, ik snap ook even niet zo goed dat er alweer een dag voorbij is. Dat het morgen alweer donderdag is. Dat het alweer bijna april is, wat betekent dat ik bijna een jaar ouder ben. Dat ik nu, op dit moment, nog energie heb alsof de dag net begonnen is.

Tijd. Het is zoiets raars.

In de ene context voel ik me oud, ervaren, soms zelfs een beetje volwassen. In een andere setting ben ik ineens het jonkie, de persoon die net komt kijken, die nog geen idee heeft hoe dingen gaan, wat hoort en wat niet en wat anderen drijft.
Net begonnen en tegelijkertijd al lang bezig.

Lees verder

Leuke dingen

Seizoenen zijn echt gaaf! De dagen worden weer langer, de zon krijgt weer kracht, het is lente. Dat maakt me blij. Soms ook een beetje rusteloos, want ik wil naar buiten! Fietsen! Wandelen! Rennen! Gewoon een beetje lamballen en je gezicht naar de zon draaien en zuchten.
Nu kan ik me al niet meer zo goed voorstellen dat het bij de evenaar elke dag hetzelfde was (altijd rond 19u pikdonker) en dat je daar je jaar opdeelt in regen en droogte. Daarbij de warmte, bijna altijd warmte, maakte dat ik extra genoot van onze jaargetijden: bomen die groen, oranje, kaal zijn en nu weer knoppen krijgen. Sneeuw. Ingepakt op de fiets. De vogels die nu weer terug zijn.

De seizoenen zijn ook wel doorgesijpeld in mijn eigen leven: grote verandering (werk/wonen) in de herfst, een winter waarin ik me terugtrok en nu het einde van een -voor mijn gevoel- koude en donkere tijd. Het wordt weer licht! Er is nieuwe energie! Leuke dingen!

En van leuke dingen komen nog meer leuke dingen komen nog meer leuke dingen etc.

Dus, omdat ik zelf altijd vrolijk word van een enthousiast verhaal van een ander, hier wat van de leuke dingen van de afgelopen weken.

Lees verder

Niets moet

IMG-20180318-WA0019.jpg

Ik begin even met een mooie ijskoude foto van Ameland afgelopen weekend

Ik zit bovenaan de trap, dat is een traditie die is ontstaan op een trap die uitzicht had op buiten; vogels en bomen. Om even de toeschouwer te zijn. Om even afstand te nemen van mijn leven dat zich onder de trap afspeelde.

Nu kijk ik naar de verwarmingsbuis. De stofzuiger. Witte treden, witte leuning, witte randen, stofjes en wat vlekjes, afgebladderde stukjes. Geen groen. Wel buitengeluid. Een duif. Het is grappig hoe ik hier, bovenaan de trap, in een ruststand schiet.

Het hoeft niet.

Lees verder

Maar je bent helemaal niet zo dun!

“Dus je sport veel. Maar je bent helemaal niet zo dun!”

Deze opmerking kreeg ik een aantal weken geleden. En sindsdien hoor ik hem vaker, zij het in andere verpakkingen. In de verbazing van iemand als ik vertel wat ik doe. Of in het samenzwerend zeggen “maar verder dan 15km lopen, dat is voor idioten, niet?”
In het “maar een 1/8ste triathlon is ook al heel ver hoor, knap dat je dat kunt!”.
Of in het oprichten van een fietsclubje en het stilzwijgend aannemen dat ik het tempo niet aan zou kunnen en niet het “mannetje” zou willen zijn.
Mij, als enige geïnteresseerde vrouw niet uitnodigen voor een rondje peddelen omdat er echt wel stevig doorgefietst wordt.

Het is niet dat ik het daarmee oneens ben:
Ik ben niet (meer) heel dun, ik wil niet het mannetje zijn en een 1/8 triathlon is ook ver. Een kilometer rennen ook. Of de overkant van het zwembad halen.
Er zijn verschillen tussen man en vrouw en zeker op de fiets kom je met een scheut extra testosteron flink wat sneller vooruit. Bovendien, als het zo moet, hoef ik ook niet mee. Ga maar lekker stevig doorfietsen dan, joe!

Zo. Alles bevestigd.

Dus ja, in zeker opzicht klopt het wel.

Maar.

Maar.

Sportgerelateerde opmerkingen.

Hoe graag ik ook zou willen dat het me niets doet, het doet me wel iets.
Niet dat ik me er persoonlijk druk om maak, want ondertussen vind ik mezelf best wel leuk en goed zoals ik ben, maar wel in de zin van dat mensen zich misschien niet beseffen wat die opmerkingen doen en zeggen. Over henzelf. En ook: welke ideeën er in de maatschappij spelen. Over sport. Over vrouwen. Over uiterlijk.

Hoe gevoelig sommige dingen liggen.

Maar ook hoe complex het is.

Laat ik het alleen over de eerste regel hebben, daar is al meer dan genoeg over te zeggen.

De “maar jij bent helemaal niet zo dun”.

Één:

ieder lichaam verdient beweging. Of je nu gespierd bent of niet, of je snel zweet, of je littekens hebt, voor mijn part heb je een dikke huid en geen ruggengraat, door beweging (of sport, whatevah) voel je je beter, waardeer je meer wat je hebt.
Dus, al zou ik dik zijn, dan nog kan ik sporten en me daar goed bij voelen. Ik heb toch benen die de deur uit kunnen lopen?

Twee:

dun. Wat is dun? Is dun positief? Ik denk dat dun zijn niet altijd beter is. Ik heb niet eens zin om over mezelf te praten als dun of niet dun.

Dit ben ik.

En ik ben blij dat ik er überhaupt ben.

Ieder mens mag lekker voor zichzelf bepalen, maar voor mij is dit wat ik nu heb best wel ideaal:
Ik heb reserves en dat betekent dat ik niet bij de eerste de beste overwaaiende hoestbui meedoe. Dat betekent dat ik niet zwaar ingepakt door de vrieskou hoef, maar mezelf best wel warm kan houden. Dat betekent ook dat mijn lichaam best wel veel trainen aankan. Living on the edge is ook leuk en met minder kilo’s zou ik zeker sneller kunnen lopen, maar daar gaat het niet om. Want

Drie:

tussen sport en uiterlijk zit een grote relatie, maar waarom is die connectie sporten- afvallen zo sterk? Sporten is vooral leuk. En lekker. En verbindend. En sterker worden. En je Goed voelen, soms zelfs Fantastisch. Jezelf overtreffen.

Natuurlijk kun je sport gebruiken als middel om af te vallen, maar dan kun je beter wat minder eten, want dat zet veel meer zoden aan de dijk. (Of minder dus)

Vier:

hoe reageert men op zo’n opmerking?

Ik wist het niet, mompelde iets van “nee”, stelde de vraag “hoe kom je daar zo bij?”
Daarna draaide het gesprek een andere kant op.

Maar vijf:

ik kan niet ontkennen: blijkbaar deed het ook een beetje pijn. Ookal wéét ik dat “niet dun” niet gelijk staat aan “dik”. Hoeveel tevreden ik ook ben met mezelf.

Daarom ben ik ergens blij dat hij het tegen mij zei. En niet tegen de onzekere ik die ik ben geweest.

Een half jaar werken

Ik ben nu een half jaar in de wereld der werkenden. Je weet wel, die mensen die nergens meer tijd voor hebben, chronisch slaaptekort, een -grote- auto, die constant reikhalzend uitkijken naar vakantie.

Of nouja, dat dacht ik een paar jaar geleden. Dat dat er zo uit zou zien.

Maar toen wist ik nog niet dat studeren eigenlijk meer tijd kost (voor mij, je hebt dat natuurlijk zelf in de hand), dat ik nu makkelijk nachten van meer dan acht uur maak en dat ik nog steeds fiets en trein*. Ja, ik kijk wel uit naar vakanties. EN naar weekenden. Maar dat komt vooral omdat ik echt toffe dingen gepland heb. :)

Lees verder