Wij maken vragen

Uitgelicht

 

We schrijven ze met de tong uit onze mond,
een balpen met verse inkt op een rol dik papier.

We lezen ze aan elkaar voor, bedenken steeds meer vragen, klimmen het dak op, een smal trappetje met scherpe randen, schreeuwen naar de nacht

 

Waarom groeien we? Barsten we uit onze huid, pellen we laagje voor laagje een nieuwe ziel bloot, schrompelen we uiteindelijk ineen?

In hoeverre moet je voor andere zorgen als je daarmee jezelf vergeet? In hoeverre moet je voor jezelf zorgen als je daarmee de ander vergeet? Kan zorgen ook verlaten zijn? Kun je de pijn van een ander echt voelen of doen we maar alsof?

Wat is liegen? Als de waarheid van gisteren niet de waarheid van vandaag is, heb ik dan gelogen of ben ik onschuldig? Kan ik überhaupt ooit nog onschuldig zijn? Waarom zou ik dat willen? Wat moet ik blootgeven, wat verzwijgen? Kun je dingen ooit echt vergeten?

Waar zitten gedachten eigenlijk?
en
Wat als ik me vergis?

[Stilte]

 

Advertenties

Op weg naar Spanje!

Het is begonnen; ik ben op weg naar Spanje! Ik lig in de Ardennen te luisteren naar de regen die op de tent tikt en ik heb zowaar nu al tijd en zin om te schrijven. Dus, dit is de stand van zaken.

Vooraf

De afgelopen dagen waren normaal en raar en blij en een beetje verdrietig en zenuwachtig en rustig en nog zo wat dingen.

Maar niet echt anders dan normaal, ik heb eigenlijk altijd veel emoties. ;)

De zenuwen waren vooral van woensdag op donderdag. Ineens dacht ik; ik ga al heel snel. Overmorgen. Moet ik niet nog heel veel doen? Heb ik alles wel? Wat ben ik vergeten? Waar ligt dit en heb ik dat al ingepakt?

Maar ik kon ook niet veel bedenken. Niet veel dingen die nog per se moesten gebeuren en ook niet om te kopen.

Het enige wat je niet kunt kopen is je gezondheid, met die gedachte pakte ik m’n fietstassen in.

En tegelijkertijd maakte ik me daar ook een beetje ongerust over; hoe gaat m’n lichaam dit doen? Denk ik echt dat ik dit kan? Hoe dan?

Ik ben eigenlijk nooit kwaaltjesvrij. Er is altijd wel iets dat zeurt. Of dat een beetje gevoelig is. Of waar ik bang voor ben dat ik er last van krijg. Nu waren dat: een onderrug en een linkerheup. Maar ik weet ook dat die dingen meestal wel over gaan.

Tijd voor de volgende gedachte: Als ik slechts tot Roermond kom, is het ook oké. Het is net als toen ik tijdens het studeren met mezelf afsprak ‘als je het groenafval maar buiten zet, dan is de rest wat je doet bonus’; behalve dat ik dit gebruikte als anti-fruitvliegjesbeleid, hielp dit me enorm. Het werkt voor mij niet -altijd- om de lat hoog te leggen. Liever flats ik maar wat aan, ook beter voor de gemoedstoestand (en falen is praktisch onmogelijk :)).

Maar, ik kan vertellen, Roermond is gepasseerd dus ik zit al in de bonus. :D

Dag 1 Nijmegen – Maastricht

Kilometers: 145

Kilometers totaal: 145

Snelheid: 19.8 km/u

Spullen kwijt: Fietshandschoenen (maar wat je vergeet kun je meestal wel missen)

Stemming: Opgewekt

Pauzeplek: Bij opa en op de markt in Maaseik

Mankementen: wondje op been door vallende eikel. Pablo: ongedeerd. Voorband mag wel harder.

De rugpijn verdween eigenlijk vrij snel (o wat is fietsen toch fijn).

Weer:

Storrem. Jonguh.

Het waaide. Heel hard. De wind stond me tegen. Net zo hard. Om acht uur stond ik klaar voor vertrek, maar toen kwam dit:

Ik wachtte de grote piek af, stapte op en kreeg een stiekeme piek over me heen (stond niet op de app). Verder dus: windwindwind. Soms maar 14km/u halen. Me schrap zetten. Woei!

Reacties onderweg:

Een buschauffeur die me toejuichte en een extra rondje rotonde voor me reed om me nog een keer aan te moedigen, aardige Belgen en een vrouw in een -brede – scootmobiel die mopperde ‘ze neemt met haar fietstassen het hele fietspad in beslag’

Daar kon ik goed om lachen.

Foto’s: Tja, sorry. Niet dus.

Avond

’s Avonds waren er pizza en stoofpeertjes en lachen en warm gevoel en slapen op een matras en douchen zonder muntjes en een klein verdrietje omdat ik ook wel ga missen.

Fietsen naar Praag

Dit is een lang stuk over fietsen naar Praag, begin augustus 2018. Ik dacht, kom, ik schrijf er eens wat over. En dit is wat kwam.

We fietsten 1278 kilometers, zij op een Koga die meer levensjaren had dan ons allebei (ongeveer 30 jaar oud, heeft heel wat goedkeurende blikken ontvangen van toch wel mannen op leeftijd), ik op Pablo, een Tout Terrain die qua leeftijd en ervaring echt een baby is. Mijn baby, dat wel.
En een flinke baby ook.

Lees verder

17 september

Ik zit aan tafel. Op de tafel ligt een pak couscous, een vieze pan, een stapeltje fietskaarten, Murat Isik’s verloren grond, een beker thee die gisteravond nog heet was, leukoplast, verband en betadine, een paar pennen. Het is niet opgeruimd, maar het is te weinig om rotzooi te worden. (Zo werkt het ook met de afspraken in m’n agenda) Ergens daartussen ligt ook wat schrijfzin.
Iets wat er al wat langer ligt, maar wat steeds in mijn eigen handschrift in een schrift verdwijnt.

Aan deze dingen kan ik aflezen hoe het met me gaat, waar ik mee bezig ben, deze dagen voor ik vertrek, vrijdag waarschijnlijk, richting Spanje. Op de fiets.

Aan die tafel schreef ik net weer een eerste post. Sinds maanden. Het voelt als een opluchting. Als ‘Yes! Ein.de.lijk.’.

Maar tegelijkertijd weet ik ook: ik wil niet alleen maar schrijven over schrijven (over schrijven over schrijven ;)).

Liever niet.

En gelukkig, dat hoeft ook niet. Er is genoeg. Er is altijd genoeg, te veel van het goede zelfs. Maar misschien is het wel handig om wat ‘bij te praten’.

Dus, hoi, ik ben Loes en ik zegde m’n baan op, waardoor ik nu sinds 1 september geen werk meer heb. Dat dat een grote stap was, vermoedde ik al, maar voelde ik vooral toen ik het uiteindelijk deed. Meteen daarna vertrok ik met een vriendin naar Praag, op de fiets om vanuit daar door te gaan met mijn vriend naar Oostenrijk.

Eenmaal weer in Nederland, voelde het werk alweer heel ver weg, maar kwam de werkelijkheid ook echt dichtbij.

Ik moest met dingen aan de slag. M’n zooi opruimen, bijvoorbeeld, weg uit de Achterhoek. Op zoek naar een (tijdelijk) nieuw stekkie, überhaupt bedenken waar dat dan zou zijn. Mensen zien die ik heel graag meer zou zien. Ook veel mensen niet zien die ik eigenlijk wel graag zou zien. Nog steeds veel fietsen. Ik had gehoopt en gedacht dat ik zonder werk stapels boeken zou lezen in de zeeën tijd die ik over had, maar het voelde als constant tijd te kort.

Wat er ook spontaan gebeurde: ik kreeg al snel zicht op nieuwe banen, en dat was heel fijn maar toch zei ik nee.

Nu is het moment om te fietsen.

Dus zocht ik uit wat een fijne eerste bestemming is als solo fietster. Niet dat ik alleen ga, want Pablo en ik gaan samen.

Dit is Pablo op z’n best

De kaarten op tafel gaan me door de Ardennen, dwars door Frankrijk naar Oloron brengen, om me van daaruit over de Pyreneeën door Noord-Spanje te loodsen.

Misschien wel tot Vigo.

Er zijn de Picos de Europa, Spaanse bergen waar ik graag doorheen zou banjeren. Er zijn Franse woorden die ik heb opgezocht (le pont, le rond-point). Er is heel veel zin en een tikkeltje overmoed.

Dat is het idee. (Zelden gelijk aan de uitvoering)

Maar dat is allemaal voor straks. Nu zit ik nog gewoon hier, met hele normale vragen als ‘Wat zal ik vanavond eten?’, met frisgewassen handdoeken om me heen en een serie oefeningen van de fysiotherapeut om mijn pols weer te laten functioneren. Stabiel + elleboog buigen met ogen dicht 10x. Daar gaan we!

Geen concept

Het hoeft niet zo groot. Niet mooi. Niet veel. Niet genuanceerd. Niet doordacht. Niet gelikt. Niet gescbaafd. Het is oké zoals het is, zoals het eruit wil, zoals het dan gaat, of zoals het niet gaat. En eigenlijk geldt dat voor heel veel dingen.

Daarom schrijf ik nu weer hier.

Steeds als ik hier wat probeer te schrijven loop ik vast op de vraag ‘Wil ik dit delen?’.

Ja, want ik vind het leuk om te vertellen en ik denk zelfs -ietwat arrogant- dat ik iets te vertellen heb, en mensen moeten zelf maar bepalen of ze het lezen.

Anderzijds -nog erger- word ik ook heel blij van reacties/gesprekken naar aanleiding van dit schrijven. Geeft het me helderheid omdat zaken op papier veel minder chaotisch zijn dan in mijn hoofd.

Maar, en hierbij herhaal ik mezelf, er zit ook een keerzijde aan. Je kunt nooit het héle verhaal vertellen, je moet er niet vanuit gaan dat hoe jij (of ik, in dit geval) het bedoelt, ook zo overkomt.

En deze zit me ook dwars: als ik iets een tijdje niet meer heb gedaan, dan durf ik het niet meer.
Dan raak ik ervan overtuigd dat ik het niet meer kan.

Terwijl. Wij kunnen alles. Jij. En ik. En anders kunnen we toch op z’n minst veel meer dan we denken te kunnen.

Die valkuil komt niet alleen met schrijven, maar ik zie het keer op keer gebeuren.
Zo kwam ik er dit weekend voor de zoveelste keer achter dat ik autorijden niet verleerd was. Zo verbaas ik mezelf weleens als ik toch nog iets van wiskundige kennis blijk te hebben. Maar in het extreme: ik heb al geen tijden een piano aangeraakt. Ik heb daar vrede mee, want ik mis het niet. Maar ik vind het ergens ook wel jammer.

En zo worden alle stukjes snel naar de map Concepten doorverwezen. Omdat ik vind dat het ‘niet goed genoeg is’. Of ‘niet interessant’. ‘Niet doordacht genoeg’.

Herhaling dus voor mezelf: ik schrijf hier omdat ik het leuk vind, en jullie mogen meelezen.

Het hoeft niet zo zwaar. Gewoon een beetje fladderen, huppen, soms even ergens uitrusten.

Ik maakte twee weken geleden al een lijstje over waarover ik wilde schrijven:

  • Hoe het was om naar Praag te fietsen, in het kort en in het lang. In zijn geheel of in stukjes. Met hoogtepunten of juist de route en de hoogtemeters en de feitjes ernaast. Chronologisch of niet. Wie we tegenkwamen. Welke obstakels er waren. Hoe moeilijke momenten ook weer makkelijk werden. Hoe je asfalt tussen je schoenprofiel vandaan peutert. Welke heerlijke maaltijden je met één brandertje kunt maken. Hoe we steeds sterker werden. Wat we leerden.
  • Hoe gelukkig ik was in Oostenrijk. Hoe simpel het kan zijn; veel slapen – veel eten – veel wandelen en soms een beetje rennen, en dat dat dan meer dan genoeg is. Die machtige bergen als aanmoediging en als groot voorbeeld.
  • Wat er voor plannen zijn.
  • Welke gedachten komen en gaan. Waar ik over nadenk. Wat ik lees. Waar ik iets van vind. Veel gedachten over ‘werken’ ook. (Hoe stoppen was, wat er nu voor dingen op me afkomen, en algemener, hoe de werkwereld (soms) bizar in elkaar steekt, de relatie tussen geld en werk etc.)
  • Wat ik meeneem. Wat ik wegdoe.

Het raast. De dagen. Mijn hoofd.

Daarom nu, na deze lap tekst, een korte boodschap: Het gaat goed! Ik hoop met jullie ook.

Hopelijk tot snel!

Lieve (ex-)collega’s

 

25 juli 2018

 

Lieve (ex-)collega’s, 

 

Ik wacht tot er woorden uit mijn pen rollen, maar ik moet ze toch echt zelf neerschrijven. Dus, bij dezen, de korte versie: ik ga weg. Ik ga fietsen.

Dat is meteen de kern van deze e-mail.

Mocht je zitten te wachten op een flinke lap tekst: ik zou er graag wat meer over willen zeggen, want ik voel nog zo veel.

Lees verder