Wij maken vragen

Uitgelicht

 

We schrijven ze met de tong uit onze mond,
een balpen met verse inkt op een rol dik papier.

We lezen ze aan elkaar voor, bedenken steeds meer vragen, klimmen het dak op, een smal trappetje met scherpe randen, schreeuwen naar de nacht

 

Waarom groeien we? Barsten we uit onze huid, pellen we laagje voor laagje een nieuwe ziel bloot, schrompelen we uiteindelijk ineen?

In hoeverre moet je voor andere zorgen als je daarmee jezelf vergeet? In hoeverre moet je voor jezelf zorgen als je daarmee de ander vergeet? Kan zorgen ook verlaten zijn? Kun je de pijn van een ander echt voelen of doen we maar alsof?

Wat is liegen? Als de waarheid van gisteren niet de waarheid van vandaag is, heb ik dan gelogen of ben ik onschuldig? Kan ik überhaupt ooit nog onschuldig zijn? Waarom zou ik dat willen? Wat moet ik blootgeven, wat verzwijgen? Kun je dingen ooit echt vergeten?

Waar zitten gedachten eigenlijk?
en
Wat als ik me vergis?

[Stilte]

 

Advertenties

Gewoon een kleine gedachte op een bankje

Een paar jaar geleden deed ik mee aan een experiment of workshop waarin we twee opdrachten kregen.
De eerste opdracht was: schilder of teken iets en maak elke tien minuten een foto. Deel die op Instagram of op Whatsapp, laat jezelf zien. Neem elke zoveel minuten pauze, aanschouw je werk, reflecteer. Er stond ook iemand die constant meekeek en raad en tips gaf. De werken werden daarna tentoongesteld, en er werd aan iedereen gevraagd zoveel mogelijk foto’s ervan te delen.

De tweede opdracht was compleet het tegenovergestelde: je schildert of tekent iets Zonder dat iemand meekijkt. Zonder dat je foto’s maakt. Je mag geen raad vragen, niet het resultaat delen. Sterker nog, als het af is, vernietig je het weer, zodat niemand het ooit zal zien. Na afloop vertel je niet wat je hebt gemaakt en vernietigd. ‘Het kon er net zo goed niet zijn geweest’.

Lees verder

Fietsplannenverloopstukje

Ik zit aan de grote eet – en werktafel in een huisje dat ondertussen als een thuis voelt. In maart loopt de huur van dit tijdelijke stekkie voor mij af en dat betekent dat Pablo en ik weer de hort op mogen. Dat willen we ook. Pablo is er al helemaal klaar voor, de olie in de Rohloff naaf is vervangen, de ketting loopt soepel, ik heb wat minieme kleine aanpassingen gedaan zodat ik hopelijk geen tintelende vingers meer krijg. Dus, wij gaan vertrekken.

Mits ik geen been breek. Mits mijn rug hele dagen fietsen weer oké gaat vinden. Mits er niet iets Groots gebeurt wat ervoor zorgt dat vertrek uitgesteld moet worden.

Maar dat neem ik voor het gemak maar even aan.

Het leek me leuk om te vertellen waar ik dan heen wil, waar ik terecht wil komen, maar steeds als ik het op wil schrijven verandert het weer een beetje, dus toen kreeg ik het idee om over de plannen tot nu toe, het verloop te schrijven. Dan is dit dus een verloopstukje en dat vind ik dan weer een leuk woord. :)

Lees verder

Plannen (veranderen)

Mijn hoofd zit vol wispelturigheid. Met ‘OOoooooo, laten we gaan hardlopen‘, en dan vervolgens ‘Maar spinnen is ook leuk‘, daarna begin ik aan een boek waar ik niet meer uit wil*, ook niet om thee te pakken of als ik die vervolgens toch heb gedronken naar de wc te gaan, schrijf ik een stukje, waarna een goed gesprek volgt of een nieuw idee, dan bedenk ik dat ik daar nog iets mee wil doen en dat ik eerst even wil zwemmen en dan past dat samen eten toch weer niet en dus zeg ik dat af, of nouja, eigenlijk kan het wel, dus snel koken en ik wil die en die ook graag weer zien, laten we afspreken en weetjewatikfietsmeteenevenlangs. Zouden we vaker moeten doen, zullen we samen dit? Of dat?

Hoppa. Weer een paar uur verder.

Gewoon Zo. Veel. Ideeën.

En dat in één dag. Waarvan ik ook nog eens de helft in bed lig. (ik slaap echt belachelijk veel, maar doet me goed, dus doe ik maar gewoon)

Lees verder

Scriptie of stage?

Ik bladerde eens door mijn concepten en zo las ik onderstaand stukje van 13 maart 2018. Nooit gepubliceerd, tot nu. Ik vind het namelijk wel het lezen waard. De context is veranderd, maar achter de inhoud sta ik nog steeds.

 

Vandaag was er iemand van de universiteit, een wiskundige, die kwam kijken bij mijn werk. Er zijn steeds meer mensen op de universiteit die in plaats van het schrijven van een theoretische scriptie, bij een bedrijf stage gaan lopen. (daarom was desbetreffende persoon ook hier) Zodoende kreeg ik de vraag ‘Wat vind jij van stages?’ voor mijn kiezen.

Of nee, dit was de vraag die gesteld werd: ‘Draagt een stage bij een bedrijf iets bij, als je later in een bedrijf wilt werken?’

Ja.

Dat vind ik niet zo heel moeilijk te beantwoorden.

Ik heb zelf nooit nagedacht over werken in het bedrijfsleven (want dat zou ik toch niet gaan doen, ha!) en ik heb daarover nadenken en het bezoeken van bedrijven dan ook zoveel mogelijk vermeden tijdens mijn studie. Met als gevolg dat ik eigenlijk geen idee had.

  • Hoe het is om iets samen te doen met mensen die een andere achtergrond hebben
  • Dat je jezelf niet in een vacature moet proppen, maar vooral moet zorgen dat je ergens terecht komt waar jij zelf op je plek zit
  • Hoe je nadenkt over een product, of de markt, hoe je iets verkoopt en welke theorieën daarover zijn
  • Dat mensen overal mensen zijn
    (oké, dat wist ik wel, maar er is genoeg in / over / van te leren)
  • Dat je werk goed doen niet alleen inhoudelijk is (beetje een open deur, maar jawel: het is net zo belangrijk dat je respect hebt voor anderen of dat je je niet persoonlijk aangevallen voelt als je kritiek krijgt)
  • Dat een bepaalde cultuur in een bedrijf vrij bepalend is voor hoe die mensen met elkaar omgaan

Er zijn nog veel meer dingen en ik had waarschijnlijk dingen anders gedaan als ik al eerder, bijvoorbeeld door een stage, kennis had gemaakt met bedrijven.

Maar dat is niet wat ik antwoordde.

Want hierdoor zou je, onterecht, kunnen denken dat ik iedereen op stage zou willen sturen. En dat is niet zo. Sterker nog, liever niet.

Lees verder

De tafel / il tavolo

Gewoon, wat dingen van nu.

Dit ligt er momenteel op tafel:

IMG_20190116_113428.jpg

Nog een extra boekentip: De vogels van Tarjei Vesaas. Een Noorse schrijver die reeds in 1970 overleed, maar nog steeds gezien wordt als één van de beste Noorse schrijvers. Op de kaft stond ‘kleinmenselijk’ en ‘prachtig’. Ik wist niet zo goed wat dat eerste woord in zou houden, maar inderdaad, kleinmenselijk was het. Prachtig ook.

Lees verder